Versterk het eigenaarschap van leerlingen door te leren in de Werelden. Daar zien leerlingen hun eigen beheersing terug en kunnen ze met behulp van doelenboekjes keuzes maken voor hun leerroutes. In dit derde deel van de blogserie Leren in de Werelden verkennen we de mogelijkheden voor leerlingen om doelen te stellen en te monitoren.

Het leren in de Werelden biedt jou en jouw leerlingen veel keuzevrijheid. Daarom kan het handig zijn gebruik te maken van de eerder genoemde planningen. Om ook de leerlingen meer grip te geven op hun leerproces geven we in deze blog een aantal tips. We beginnen met het stellen van doelen en daarna bekijken we de mogelijkheden voor het monitoren van doelen.

Doelen stellen

In een vorige blog gingen we in op de mogelijkheden van het maken van planningen. Deze planningen zijn meestal niet in detail uitgewerkt, maar op het niveau van Eilanden. Wanneer je hiermee op globaler niveau doelen hebt gesteld, kun je deze voor leerlingen op verschillende manieren concreter maken.

Leren zichtbaar maken

Door de leerlingen aan het begin van de periode ook te laten zien in de Werelden aan welke Eilanden gewerkt wordt, maak je ze deelgenoot van een planning.

Voorbeeld

Samen doelen stellen: je kunt bijvoorbeeld de Eilanden van de periode op posters in de klas hangen. Deze posters kun je vervolgens voorzien van wasknijpers of stickers met namen van de leerlingen om samen deze doelen te stellen. Als leerlingen hun eigen sticker of knijper mogen ophangen kan dat bijdragen aan hun betrokkenheid.

Ook kun je de planningen op Eilandniveau concretiseren tot op Dorpniveau (leerdoelniveau). Middels de nieuwe doelenboekjes kun je voor leerlingen aangeven aan welke doelen gewerkt kan worden in de komende periode. Ook kun je hiermee de score aangeven waarnaar je jouw leerlingen laat streven (één na laatste kolom).

Streefscore

Daarnaast kun je met jouw klas afspreken wat de standaard streefscore is voor de leerdoelen. In de meeste gevallen is een score van 75% benodigd om opvolgende doelen “open” te spelen. Dit staat gelijk aan een voldoende beheersing van het leerdoel om ook verder te kunnen. Het leren hoeft daar echter niet bij op te houden. Jij kunt de keuze maken (per leerling) om een andere streefscore te bepalen. Leerlingen die je extra wilt uitdagen kun je stimuleren om een hogere score te halen.

Voorbeeld

Voor je hele klas spreek je af dat de streefscore 75% is. Per domein (Wereld) bepaal je welke leerlingen sterker zijn. Voor die leerlingen spreek je af dat de streefscore 90% is. De allersterkste leerlingen daag je uit om overal tot 100% te halen. Uiteraard kun je een paar keer per jaar deze afspraken bijstellen naar aanleiding van de behaalde resultaten.

Sessies

Bij het leren in de Werelden krijgt de leerling na het aanklikken van een Dorp (leerdoel) een sessie van 12 opgaven op zijn eigen niveau. Een sessie op Eilandniveau bestaat uit 20 opgaven afkomstig uit de onderliggende en toegankelijke leerdoelen. Met je leerlingen kun je ook op basis van de eigen score afspraken maken over het maken van een aantal sessies per Dorp of Eiland.

Voorbeeld

Een concrete afspraak die je met je leerlingen kunt maken is dat ze elke dag minstens 5 (hele) sessies moeten maken. Ze mogen vervolgens zelf bekijken welke Dorpen nog een score hebben van minder dan 75%. Daar gaan ze als eerst mee aan de slag, eventueel aansluitend op jouw instructiemomenten. Uiteraard kun je hier een eigen aantal sessies aan koppelen wat past bij jouw klas en situatie.

 

Doelen monitoren

In de Werelden kunnen leerlingen zien hoe hun beheersing is op de verschillende leerdoelen. Aan de cirkels rondom de Eilanden en Dorpen, alsook de percentages eronder, is deze vaardigheid zichtbaar. Omdat leerlingen steeds verder komen in de Werelden, ‘sparen’ ze als het ware hun hele leerlijn bij elkaar gedurende hun schoolloopbaan. Deze inzichten geven een realistische erkenning van wat de leerling heeft bereikt en dragen zo bij aan zijn eigenaarschap.

 

Ook voor het monitoren kun je de doelenboekjes gebruiken. Hierin kun je leerlingen namelijk naast het gestelde doel ook laten bijhouden hoe ver ze zijn. Zo kun je de op twee na laatste kolom gebruiken om de huidige score of startscore op te laten schrijven. Als je dit met potlood doet, kun je deze bovendien telkens laten bijwerken met de actuele score.

Ook kan de leerling de kolom met de naam van het leerdoel met potlood inkleuren (zoals een voortgangsbalk) om zijn voortgang weer te geven. Als je dit met verschillende kleuren laat doen (voor elke dag een andere kleur), kun je ook een historische groei bijhouden. Zodra de leerling de doelscore behaald heeft, kun je dit erkennen of verifiëren met behulp van een stempel of sticker. Hiermee heeft de leerling direct een gepersonaliseerd rapport wat te allen tijde actueel en volledig is.

Doelenboekjes

Meer informatie & downloaden

 

 

Lees ook de andere blogs in deze serie