Rekenen met bedragen via omrekenen met lengte

Rekenen met bedragen via omrekenen met lengte

Open deze lesJe kunt Gynzy gratis uitproberen.
Rekenen met bedragen via omrekenen met lengte
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Algemeen

Leerlingen leren het rekenen met bedragen via omrekenen met lengte.

Belang

Het is belangrijk dat je kunt rekenen met bedragen via omrekenen met lengte, omdat je zo bijvoorbeeld weet hoeveel de planken kosten om een boomhut te maken.

Introductie

Laat de leerlingen de keersommen met kommabedragen maken.

Instructie

Herhaal kort met de leerlingen het metriek stelsel. Benoem daarbij het vermenigvuldigen of delen met 10 bij elke stap. Laat de som met het touw zien. Leg uit dat je eerst de lengte om gaat rekenen naar de lengtemaat die je wilt uitrekenen. In dit geval reken je meter om naar decimeter. Nu weet je dat 8 m = 80 dm is. Vervolgens ga je met behulp van een verhoudingstabel uitrekenen hoeveel 20 dm kost. Dit kun je doen door 80 dm te delen door 2. Je komt dan op 40 dm uit. Benadruk dat alles wat je in de bovenste regels met de getallen doet, ook in de onderste regel met de getallen moet doen. Dus deel je € 16,40 ook door 2. Nu weet je dat 40 dm € 8,20 kost. Vervolgens deel je nog een keer door 2. Nu kom je uit op 20 dm. Het bedrag dat daarbij hoort is € 4,10. Oefen bij de volgende som samen met de leerlingen de stappen om de som uit te rekenen. De volgende twee sommen laat je de leerlingen zelfstandig maken. Laat de tabel zien. Leg uit dat je eerst kijkt welke som je eerst handig kunt uitrekenen. Benadruk dat je dus niet perse met het eerst getal in de tabel hoeft te beginnen. In dit voorbeeld is het handig om uit te rekenen hoeveel decimeter je voor € 6 hebt. Je weet dat je voor 2 dm kunt krijgen voor € 3. Als je € 3 verdubbelt heb je € 6. Nu verdubbel je ook het aantal decimeter. Voor € 6 heb je dus 4 dm. Nu kun je ervoor kiezen om 80 cm uit te rekenen. Als je 4 dm omrekent naar cm heb je 40 cm. Als je 40 cm verdubbelt heb je 80 cm. Dus die doe je ook met het bedrag dat bij 40 cm/4 dm hoort. 80 cm kost dus € 12. Maak vervolgens samen met de leerlingen de volgende twee sommen van de tabel. Laat de volgende tabel door de leerlingen uitrekenen. Als je bedragen wil gaan vergelijken, dan kijk je eerst naar welke maateenheid je de getallen het beste kunt gaan omrekenen. Vervolgens kijk je met welke handige stappen je bedragen van de verschillende winkels kunt berekenen voor dezelfde lengte. Dan kun je de bedragen met elkaar vergelijken. Laat de som met de Wamma en Arbeid zien. Je kunt ervoor kiezen om de meters van de Wamma om te rekenen naar decimeter. Zo hoef je niet meer met de komma te rekenen. 2,5 m = 25 dm. Vervolgens kijk je hoe je met behulp van de verhoudingstabel kunt uitrekenen hoeveel 14 decimeter kost bij de Wamma. Dit kun je doen door eerst uit te rekenen hoeveel 100 dm zou kosten. 100 dm kost € 44. Vaak is het namelijk handig om eerst uit te rekenen hoeveel 100, 10 of 1 kost. Zo kun je nu uitrekenen hoeveel 1 dm kost. € 44 : 100 = € 0,44. Vervolgens vermenigvuldig je dit met 14 om op 14 decimeter uit te komen. Het bedrag dat hierbij hoort is € 6,16. Nu weet je dat 14 decimeter bij Wamma € 6,16 kost en bij Arbeid € 6,50. Bij Arbeid zijn de planken in verhouding het duurst. Benadruk dat dit een voorbeeld is van hoe je dit kunt oplossen. Je kan de som dus ook op andere manieren oplossen. Zo kun je met andere tussenstappen eerst 10 dm uitrekenen. Dan 1 dm te vermenigvuldigen met 4 en deze uitkomsten bij elkaar op te tellen (10 + 4 = 14 dm en € 1,76 + € 4,40 = €6,16). Reken samen met de leerlingen bij welke winkel het scheepstouw in verhouding het duurste is. De volgende twee opgaven kunnen de leerlingen zelfstandig maken.

Controleer of de leerlingen kunnen rekenen met bedragen via omrekenen met lengte met de volgende vraag:
- Welke stappen gebruik je om bedragen uit te rekenen via omrekenen met lengte?

Inoefening

De leerlingen rekenen eerst uit hoeveel 90 decimeter touw kost. Vervolgens rekenen ze uit hoeveel Sabine krijgt voor 3 kilometer hardlopen. In de derde opgaven vergelijken ze de twee graafbedrijven.

Afsluiting

Bespreek met de leerlingen het belang van het kunnen rekenen met bedragen via omrekenen met lengte. Als afsluiting kun je de leerlingen in tweetallen laten uitrekenen bij welke winkel het hek in verhouding het duurst is. (Antwoord: ze kosten beide evenveel).

Aandachtspunten

Leerlingen die moeite hebben met het rekenen met bedragen via omrekenen met lengte, kunnen eerst oefenen met het omrekenen van lengtematen. Vervolgens kunnen deze leerlingen oefenen met het rekenen met een verhoudingstabel, met allemaal dezelfde lengtematen. Vervolgens kun je het omrekenen van de lengtematen combineren met de verhoudingstabel.

Over Gynzy

De digitale oplossingen van Gynzy zijn altijd een waardevolle aanvulling voor jouw basisschool. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!