Groep 5, Blok 1, Week 1, Les 1

Groep 5, Blok 1, Week 1, Les 1

Open deze lesJe kunt Gynzy gratis uitproberen.
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Introductie

Je activeert de voorkennis door te oefenen met het tellen met sprongen van 10 vanaf willekeurige getallen tot en met 100. Laat de leerlingen hardop meetellen en de getallen invullen op de vlaggenlijn.

Wat verandert er als je een sprong van 10 maakt?

Benoem het lesdoel en het belang van de les. Bespreek dat je door te tellen met sprongen van 1, 10 en 100 erachter kunt komen op welke stoel je in de zaal zit.

Instructie

Groep 5, Blok 1, Week 1, Les 1
Leg uit dat het handig is om tijdens het tellen grote sprongen te maken, zodat je dan niet alle getallen in de telrij hoeft op te noemen. Als je telt met sprongen van 10 dan tel je de tussenliggende getallen niet. Wanneer je heentelt, dan tel je verder in de telrij. Als je terugtelt, dan tel je terug in de telrij.

Geef een voorbeeld wanneer het handig is om in sprongen te tellen.
Hoeveel sprongen van 10 moet je maken om van 65 terug te tellen naar 15?

Groep 5, Blok 1, Week 1, Les 1
Je legt uit hoe je telt met sprongen van 1, 10 en 100:
- Wanneer je een sprong van 1 verder of terug maakt, verandert de eenheid. Indien je verder telt na de 9, dan verandert de eenheid in een tiental. Er komt dan een tweede cijfer, het tiental, bij. Als je vanaf een tiental verder of terug telt dan verandert het tiental pas wanneer je het tienvoud voorbijgaat.
- Wanneer je een sprong van 10 verder of terug maakt, verandert het tiental. Wanneer je verder telt na de 90, dan verandert het tiental in een honderdtal. Er komt dan een derde cijfer, het honderdtal, bij. Wanneer je terugtelt vanaf 100 dan verdwijnt het derde cijfer. Als je vanaf een honderdtal verder of terugtelt dan verandert het honderdtal wanneer je het honderdvoud voorbijgaat.
screenshots verlengde instructie
- Wanneer je een sprong van 100 verder of terug maakt, verandert het honderdtal. Wanneer je verder telt na 900, dan verandert het honderdtal in een duizendtal en komt er een vierde cijfer bij.
Laat de leerlingen vervolgens oefenen met het heen- en terugtellen met sprongen van 10 en 100, het heen- en terugtellen in een tabel en het hardop heen- en terugtellen.

Op hoeveel kom je uit als je vanaf 397 terugtelt met 3 sprongen van 100?
Wat gebeurt er als je na de 1000 verder telt?

Controleer of de leerlingen begrijpen hoe je kunt tellen met sprongen van 10 door te vragen wat er fout gaat.

Verwerking

Bespreek de voorbeeldopgaven om de leerlingen een beeld te geven van wat ze kunnen verwachten in de verwerking. Leerlingen die de verlengde instructie niet hoeven te volgen, gaan zelfstandig aan de slag met de verwerking van de les en de taak.

Verlengde instructie

Je herhaalt dat de eenheden veranderen als je een sprong van 1 verder of terug maakt. Wanneer je een sprong van 10 verder of terug maakt, verandert het tiental. Wanneer je een sprong van 100 verder of terug maakt, verandert het honderdtal. Laat de leerlingen daarna oefenen met het heen- en terugtellen met en zonder de getallenlijn met sprongen van 1, 10 en 100.

Wat verandert er als je vanaf 80 verder telt met 2 sprongen van 10? (Het tienvoud verandert in een honderdvoud.)

Afsluiting

Je controleert of de leerlingen het lesdoel begrijpen door te vragen of ze verder kunnen tellen met sprongen van 10 vanaf het getal 691. Daarna lossen de leerlingen het cijfer doolhof op door met sprongen van 10 of 100 te tellen. De uitkomst staat onderaan de pagina.

Over Gynzy

De digitale oplossingen van Gynzy zijn altijd een waardevolle aanvulling voor jouw basisschool. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!