Aftrekken met kommagetallen met 1, 2 en 3 decimalen

Aftrekken met kommagetallen met 1, 2 en 3 decimalen

Open deze lesJe kunt Gynzy gratis uitproberen.
Aftrekken met kommagetallen met 1, 2 en 3 decimalen
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Algemeen

De leerlingen leren aftrekken met kommagetallen met één, twee en drie decimalen. Ook leren ze het verschil te bepalen tussen deze kommagetallen.

Belang

Het is belangrijk dat de leerlingen aftreksommen met kommagetallen met één, twee en drie decimalen kunnen uitrekenen, omdat ze dan bijvoorbeeld kunnen uitrekenen hoeveel kilogram ze overhouden.

Introductie

De leerlingen oefenen met aftreksommen met één en twee decimalen.

Instructie

Leg uit wanneer je getallen met een verschillende hoeveelheid decimalen hebt, dat het het handig is om te zorgen dat de getallen evenveel decimalen hebben. Dit doe je door er één of twee nullen achter te zetten. Met behulp van de getallenlijn leg je uit hoe je kommagetallen met één, twee en drie decimalen van elkaar af kunt trekken. Laat zien dat je het eerste getal (92,86) heel laat en daar een nul aan toevoegt (92,860) en het tweede getal (61,425) opsplitst in 61 en 0,425. Vervolgens haal je met behulp van de getallenlijn eerst de 61 eraf. Daarna haal je de 0,425 eraf. Dan volgt een andere oplossingsmanier. Hierbij laat je zien dat je beide getallen van de som opsplitst in getallen voor de komma en getallen na de komma. In het geval van de som 92,86 - 61,425 wordt de eerste som: 82 - 61 en de tweede som: 0,860 - 0,425. Benadruk dat je ook hier een nul kunt toevoegen. Reken deze twee sommen uit en tel vervolgens de uitkomsten bij elkaar op om tot het antwoord te komen. Bij de volgende opgave controleer je of de leerlingen het aftrekken met één, twee en drie decimalen kunnen toepassen. Benadruk dat ze bij de sommen kijken welke manier zij het handigste vinden om de som mee uit te rekenen. Vervolgens leg je uit dat je op de getallenlijn kunt bepalen hoeveel het verschil tussen twee getallen is, door aan te vullen. Je laat dit zien in drie stappen, waarbij je eerst naar een rond getal rekent, dan naar het andere ronde getal en vanuit daar verder naar het kommagetal. Vervolgens leg je uit dat je het verschil tussen twee getallen ook kunt bepalen door van deze getallen een aftreksom te maken. Je kunt van de getallen 56,729 en 24,3 de aftreksom 56,729 - 24,300 maken om het verschil uit te rekenen. Bespreek met de leerlingen hoe zij het verschil uitrekenen. Dan volgen er oefeningen in een verhaalvorm. Laat in de som met het nijlpaard zien welke stappen je gebruikt bij een verhaalsom. Laat zien dat je eerst de getallen uit het verhaal haalt om de som te maken. Pas daarna ga je de som uitrekenen. In de volgende oefening laat je de leerlingen de som oplossen. Laat daarbij de leerlingen de stappen benoemen.

Controleer of de leerlingen kunnen aftrekken met kommagetallen met één, twee en drie decimalen met de volgende vragen:
- Op welke handige manieren kun je een som met één, twee en drie decimalen uitrekenen?
- Op welke manier(en) kun je het verschil tussen twee kommagetallen bepalen?
- Hoe pak je een verhaalsom aan?

Inoefening

De leerlingen maken eerst twee aftreksommen met 1, 2 en 3 decimalen. In de derde opgave moeten ze de aftreksom met kommagetallen uit een verhaal halen en uitrekenen.

Afsluiting

Controleer of de leerlingen kunnen vertellen op welke manieren ze een aftreksom met kommagetallen met één, twee en drie decimalen kunnen aanpakken. Laat leerlingen ook uitleggen hoe ze een verhaalsom aanpakken en welke stappen daar bij horen. Laat de leerlingen in groepjes (van vier) aan de slag gaan. Iedere leerling uit het groepje kiest een dier uit en kijkt welk stap hierbij hoort. Vervolgens rekenen zij uit hoeveel stappen stappen hun dier moet maken om zo dicht mogelijk bij het eindgetal (459,7) uit te komen. Slechts één dier komt precies op 459,7 uit. Voorbeeld: De kat loopt in stappen van 4,121. De som wordt dan 482,3 - 4,121 = 478,179. Vervolgens neemt de kat de volgende stap: 478,179 - 4,121 = 474,058 enzovoort. Vervolgens staat er op het digibord een weegschaal met aan beide kanten een gewicht. De leerlingen rekenen het verschil tussen de gewichten uit. Laat de leerlingen verwoorden en eventueel voordoen hoe ze het verschil uitrekenen. Stimuleer ze om bij getallen met een verschillende hoeveelheid decimalen een of twee nullen te schrijven, zodat je makkelijker het verschil kunt uitrekenen.

Aandachtspunten

Leerlingen die moeite hebben met het aftrekken van de kommagetallen met één, twee en drie decimalen of het verschil bepalen tussen de kommagetallen, oefenen eerst met het uitrekenen met behulp van de getallenlijn. Benadruk dat het handig is om de getallen gelijk te maken door één of twee nullen toe te voegen aan een kommagetal. Op de getallenlijn kunnen ze eerst met het hele getal springen en vervolgens met het decimaal.

Over Gynzy

De digitale oplossingen van Gynzy zijn altijd een waardevolle aanvulling voor jouw basisschool. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!