Tellen met sprongen van 5 vanaf 5- en 10-vouden t/m 100

Tellen met sprongen van 5 vanaf 5- en 10-vouden t/m 100

Open deze lesJe kan Gynzy gratis uitproberen.
Tellen met sprongen van 5 vanaf 5- en 10-vouden t/m 100
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Algemeen

Leerlingen kunnen heen- en terugtellen tot en met 100 met sprongen van 5.

Belang

Bespreek met de leerlingen dat het belangrijk is om met sprongen tot en met 100 te tellen, omdat je dit nodig hebt om er goed mee te rekenen. Daarnaast kun je sneller tellen met sprongen.

Introductie

Laat een aantal potloden zien en vraag de klas hoeveel potloden ze denken te zien. Daarna laat je zien dat het er veertig zijn. Je kunt ze handig tellen in groepjes van vijf.

Instructie

Je legt uit dat een vijfvoud eindigt op een 5 of een 0. Bespreek ook wat tienvouden zijn en vraag of de leerlingen getallen kunnen bedenken die uit tienvouden bestaan. Door dit te weten, kun je eenvoudig sprongen van 5 maken. Bij sprongen van 5 spring je namelijk steeds naar het volgende vijfvoud. Je laat een rij zien telt van 0 naar 50 met sprongen van 5. Wijs het getal aan en laat de leerlingen meetellen. Daarna laat je de rij zien van 55 tot en met 100 en tel samen met de leerlingen met sprongen van 5. Laat een getallenlijn zien waarbij de sprongen van 5 staan aangegeven. Vraag aan de leerlingen welke getallen bij de vraagtekens moeten worden ingevuld. Daarna moeten de leerlingen zelf sprongen maken van 5. Laat hen 3 sprongen van 5 maken, waarbij het startgetal staat weergegeven op het digibord. Vraag aan de leerlingen op welk getal zij uitkomen en sleep vervolgens zelf de sprongen van 5 naar de getallenlijn en zet het antwoord erbij. Vervolgens geef je aan dat je ook kunt terugtellen met sprongen van 5. Wijs de getallen aan en tel samen met de leerlingen van 100 naar 0. Vervolgens is er een getallenlijn te zien met een aantal vraagtekens. Vraag aan de leerlingen welke getallen bij de vraagtekens horen. Oefen klassikaal met het terugtellen en vul de ontbrekende getallen in. Vervolgens laat je de leerlingen heen- en terugtellen en schrijven ze de getallen op die horen op de lege plekken in de cirkels. Ze kunnen hun opgeschreven getal omhoog houden, zodat je de antwoorden kunt controleren.

Controleer of de leerlingen tot 100 kunnen tellen met sprongen van 5 met de volgende vragen/opdrachten:
- Wat zijn vijfvouden?
- Hoe tel je met sprongen van 5?
- Tel verder met sprongen van 5 en begin bij 35.
- Tel terug met sprongen van 5 en begin bij 70.

Inoefening

De leerlingen oefenen eerst met het maken van sprongen op de getallenlijn. Daarna oefenen ze met heen- en terugtellen met sprongen van 5.

Afsluiting

Je bespreekt met de leerlingen nog eens dat het belangrijk is om met sprongen van 5 te tellen tot en met 100, omdat je dit nodig hebt om te rekenen en je hierdoor sneller kunt rekenen. Laat de leerlingen de ontbrekende getallen invullen. Zodra de gekleurde vakjes zijn ingevuld, kunnen deze antwoorden worden ingevuld bij het laatste onderdeel in de juiste kleur vakjes. De leerlingen moeten de zwarte vakjes nog invullen. Daarna laat je een leerling naar voren komen en laat hem een getal zien. Hij moet naar dit getal springen. Elke sprong is een sprong van 5. De klas moet raden bij welk getal de leerling is gestopt. Ditzelfde herhaal je met de sprongen achteruit.

Aandachtspunten

Leerlingen die moeite hebben met het tellen met sprongen van 5, kunnen oefenen door de telrij te laten zien met de pijlen met sprongen erbij. Benadruk dat je bij een sprong van 5 naar het volgende vijfvoud springt. Laat zien wat de vijfvouden zijn en tel eerst verder en oefen daarna met het terugtellen.

Over Gynzy

Gynzy maakt onderwijs makkelijker én leuker. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!