Groep 6, Blok 5, Week 3, Les 13

Groep 6, Blok 5, Week 3, Les 13

Open deze lesJe kan Gynzy gratis uitproberen.
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Introductie

Je activeert de voorkennis door de fouten te zoeken bij het vooraanzicht en de plattegrond. Het terras staat aan de verkeerde kant, de fiets klopt niet bij het vooraanzicht en bij de plattegrond is de stoel verkeerd.

Welke voorwerpen zouden er vanaf de zijkant hetzelfde uitzien als bij het vooraanzicht? (fontein, tafel met parasol)

Benoem het lesdoel en het belang van de les. Bespreek dat je zelf een plattegrond kunt tekenen. Met behulp van de schaal kun je de lengte op de tekening omrekenen naar de werkelijke lengte.

Instructie

Groep 6, Blok 5, Week 3, Les 13
Leg uit dat de schaal iets zegt over de verhouding met de werkelijkheid. Je kunt niet alles op ware grootte tekenen, zoals een boot. In dat geval teken je alles kleiner, maar wel in verhouding: alle voorwerpen of plaatsen op de kaart zijn met dezelfde mate verkleind. Je tekent het op schaal. Met de schaal kun je uitrekenen hoe groot het voorwerp in het echt is. In het voorbeeld is 1 centimeter op de tekening gelijk aan 100 centimeter in het echt. Dit wordt afgekort met 1 : 100, wat je uitspreekt als 1 op 100.

Waar kom je de schaal tegen in het dagelijkse leven? (op kaarten in de atlas, op een routeplanner)
Leg uit wat de schaal 2 : 100 betekent.

Groep 6, Blok 5, Week 3, Les 13
Leg uit hoe je met de schaal rekent. Je kunt de lengte op de tekening vermenigvuldigen met de schaal. Een andere manier is om een verhoudingstabel te maken.
Oefen vervolgens met het rekenen met de schaal door de lengte van de dieren te bepalen.

Stel dat de schaal nu 1 plus 4 naar 1 : 20, welke lengte komt dan bij de koala te staan? (3 centimeter)

Daarna geef je aan dat je soms ook de werkelijke maten al hebt. Als de werkelijke maten zijn gegeven, kun je met behulp van de schaal berekenen wat de lengte of breedte moet zijn als je het voorwerp tekent. Dit is bijvoorbeeld handig bij het tekenen van een plattegrond. Deel de werkelijke maat door de schaal of maak een verhoudingstabel. Oefen hiermee.

Wanneer vermenigvuldig je met de schaal en wanneer deel je door de schaal?
De knuffel is in het echt 25 centimeter lang. Hoe lang is dit op de tekening?

Vervolgens bespreek je de vragen over de plattegrond en de schaal. Klik op de antwoorden om het te controleren.
Controleer of de leerlingen begrijpen wat de schaal is door te vragen hoe ze de schaal opschrijven (1 : 200) en door te vragen hoeveel centimeter het in het echt is.

Verwerking

Bespreek de voorbeeldopgaven om de leerlingen een beeld te geven van wat ze kunnen verwachten in de verwerking. Leerlingen die de verlengde instructie niet hoeven te volgen, gaan zelfstandig aan de slag met de verwerking van de les.

Verlengde instructie

Leg uit wat de schaal is en geef aan dat je dit gebruikt als je iets niet op ware grootte kunt weergeven. Met de schaal kun je uitrekenen hoe groot het voorwerp in het echt is. Bespreek het voorbeeld van de giraf en geef aan hoe je de schaal uitspreekt.
Oefen vervolgens met het begrip ‘schaal’ door de stellingen te bespreken.
Daarna leg je de 2 manieren uit hoe je rekent met de schaal en oefenen de leerlingen hiermee.

Leg aan een klasgenoot uit hoe je de lengte in het echt berekent.

Afsluiting

Je controleert of de leerlingen het lesdoel begrijpen door te vragen waarom het handig is om op schaal te kunnen tekenen. Daarna tekenen de leerlingen een plattegrond van een slaapkamer. Ze moeten minimaal 1 voorwerp op schaal tekenen, waarbij ze kunnen kiezen uit de lijst met meubels en afmetingen.

Over Gynzy

Gynzy maakt onderwijs makkelijker én leuker. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!