Groep 4, Blok 8, Week 3, Les 12

Groep 4, Blok 8, Week 3, Les 12

Open deze lesJe kan Gynzy gratis uitproberen.
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Introductie

Je activeert de voorkennis door de maanden in het juiste vak te slepen.

Bedenk een manier waarop je de volgorde van de maanden kunt leren onthouden.

Benoem het lesdoel en het belang van de les. Bespreek dat je moet weten hoe je data afleest en noteert als je wilt weten wanneer je terugkomt van vakantie.

Instructie

methodLesson=53423
Herhaal hoe een kalender is opgebouwd. Licht specifiek toe dat er op een maandkalender vaak meer dagen te zien zijn dan alleen de dagen van de maand.
methodLesson=53423
Leg uit dat er verschillende kalenders bestaan. Maandkalenders kunnen verschillen door de leesrichting die ze hebben. Je kunt de leesrichting achterhalen door te kijken naar welke kant de getallen oplopen.

Waar staat ‘do’ voor?
Leg uit of deze kalenders van hetzelfde jaar zijn.

Vervolgens oefen je met het bepalen welke dag het op een bepaalde datum is. Bepaal eerst de leesrichting door te bekijken in welke richting de getallen die de data aangeven oplopen. De leesrichting is dus van links naar rechts. Oefen met het aflezen van de dag op een maandkalender.
Daarna wordt er geoefend met het bepalen van het aantal van een bepaalde dag in de gegeven maand en met het vooruit en terugtellen vanaf een bepaalde datum. Wijs de leerlingen erop dat ze goed moeten kijken naar de leesrichting van de kalender. Vertel dat je moet bedenken hoeveel dagen je vooruit of terug moet. Wanneer het om een datum die eerder is gaat, moet het getal van de datum kleiner worden. Als het om een datum vooruit gaat, moet het getal van de datum groter worden.
Screenshots instructie

Welke datum was het eergisteren?
Welke dagen van de week komen het vaakst voor in september?

Controleer of de leerlingen begrijpen hoe verschillende maandkalenders zijn opgebouwd door te vragen wat de verschillen en overeenkomsten tussen de gegeven maandkalenders zijn. Vraag of de kalenders uit hetzelfde jaar kunnen komen en waaraan de leerlingen dit herkennen.

Verwerking

Bespreek de voorbeeldopgaven om de leerlingen een beeld te geven van wat ze kunnen verwachten in de verwerking. Leerlingen die de verlengde instructie niet hoeven te volgen, gaan zelfstandig aan de slag met de verwerking van de les en de taak.

Verlengde instructie

Herhaal dat de leesrichting van maandkalenders verschilt. Wijs een datum aan en schuif je vinger naar de bijbehorende dag om duidelijk te maken hoe je de maandkalender afleest en achterhaal welke leesrichting er bij de maandkalender hoort. Oefen vervolgens met het bepalen van de leesrichting en de dag die bij een datum hoort.
Daarna wordt er geoefend met het bepalen van het aantal van een bepaalde dag in de gegeven maand. Wijs de leerlingen erop dat ze goed moeten kijken naar de leesrichting van de kalender. Leg uit dat je weet hoeveel van een bepaalde dag in een maand zit door onder of naast een dag op de kalender te kijken. Alleen de dikgedrukte dagen tellen mee voor de gegeven maand.

Hoeveel zaterdagen zitten er in juni op deze kalender?

Afsluiting

Je controleert of de leerlingen het lesdoel begrijpen door te vragen waarom het belangrijk is om op de leesrichting van een maandkalender te letten. Vul vervolgens de kalender met iconen behorende bij bijzonderheden op bepaalde data.

Over Gynzy

Gynzy maakt onderwijs makkelijker én leuker. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!