Groep 3, Blok 2, Week 3, Les 11

Groep 3, Blok 2, Week 3, Les 11

Open deze lesJe kan Gynzy gratis uitproberen.
Teacher
Kids

8.000 scholen gebruiken Gynzy

92.000 leerkrachten gebruiken Gynzy

1.600.000 leerlingen gebruiken Gynzy

Introductie

Je activeert de voorkennis door het aantal blokjes te tellen.Voorkom dat de blokjes niet dubbel geteld worden door ze weg te strepen als ze geteld zijn.

Wijs twee blokken die tegen elkaar staan aan en vraag: Hoe weet je of het één groot blok is of meerdere blokken zijn?

Benoem het lesdoel en het belang van de les. Bespreek dat als je weet hoeveel blokjes er in een bouwwerk zitten, je het bouwwerk na kunt maken.

Instructie

methodLesson=52175
Leg uit dat een bouwwerk is gemaakt van losse blokjes. Je zet de blokjes tegen elkaar of op elkaar. Vraag de leerlingen of ze al eens een bouwwerk hebben gemaakt. Verwijs naar de bouwhoek in de kleuterklas.

Wat heb je nodig om een bouwwerk te maken?
Bedenk iets dat je kunt namaken met blokken, wat voor bouwwerk heb je dan?

Leg uit dat je de blokjes in een bouwwerk kunt tellen. Laat dit zien met echte blokken. Bouw het bouwwerk met 3 blokken na en tel de blokken terwijl je ze aanwijst. Laat dit ook op het digibord zien en wijs de blokjes één voor één aan. Vul het bouwwerk met 3 blokken aan door een toren ernaast te bouwen. Tel de blokken en klik op de afdekvakken om de getallen zichtbaar te maken. Oefen verder met het tellen van de blokjes.

Wat is het verschil tussen het rode en het groene bouwwerk?
Wat is het verschil tussen het rode en het oranje bouwwerk?

screenshot blok 2
Leg uit dat er soms blokjes in een bouwwerk zitten, die niet zichtbaar zijn. Laat zien hoe je het bouwwerk maakt met echte blokken. Maak duidelijk dat er 3 lagen met 4 blokjes zijn. Maak vervolgens tweetallen en laat ieder tweetal het bouwwerk bouwen, zodat de leerlingen ervaren dat de blokjes die je niet ziet, er wel staan.
Oefen hiermee. Controleer of het antwoord klopt door de blokjes weg te slepen en samen te tellen.

Wijs de plek van het blokje aan die je nu niet ziet.
Hebben alle bouwwerken blokjes die je niet kunt zien?

Controleer of de leerlingen begrijpen hoe je het aantal blokjes in een bouwwerk telt door ze te uit te laten leggen hoe ze daar achter kunnen komen. Vraag wat ze opvalt aan het oranje en blauwe bouwwerk, wat zijn de overeenkomsten en de verschillen?

Verwerking

Bespreek de voorbeeldopgaven om de leerlingen een beeld te geven van wat ze kunnen verwachten in de verwerking. Leerlingen die de verlengde instructie niet hoeven te volgen, gaan zelfstandig aan de slag met de verwerking van de les en de taak.

Verlengde instructie

Leg uit dat een bouwwerk altijd uit meer dan 1 blokje bestaat. De blokjes staan tegen elkaar of zijn op elkaar gestapeld. Samen vormen ze een bouwwerk. Bouw het bouwwerk na en tel de blokjes. Oefen met het tellen van de blokjes. Leg vervolgens uit dat sommige blokjes in een bouwwerk niet zichtbaar zijn. Deze blokjes moeten er wel staan, omdat anders de toren omvalt. Laat de voorbeelden zien met echte blokken. Oefen verder met het tellen van het aantal blokjes.

Hoe weet je dat er een blokje staat, die je niet kunt zien?

Afsluiting

Je controleert of de leerlingen het lesdoel begrijpen door te vragen hoe ze het aantal blokjes handig tellen. Vraag ook waar het blokje dat je niet kunt zien staat. Laat de leerlingen uitleggen waarom het blokje wel in het bouwwerk moet zitten. Maak vervolgens tweetallen. Eén van de leerlingen maakt een bouwwerk met maximaal 10 blokjes. De ander mag het aantal blokjes in het bouwwerk vervolgens tellen. Daarna wisselen ze de rollen om.

Over Gynzy

Gynzy maakt onderwijs makkelijker én leuker. Versterk je onderwijs met kant-en-klare lessen, activiteiten en hulpmiddelen. Hiermee bespaar je tijd die je weer in kunt zetten waar het er echt toe doet: voor de klas. 

Gynzy geeft leerkrachten weer tijd om les te geven.

Naar de Gynzy homepage

Ga aan de slag met Gynzy!