Toets jij je toetsing?

10 oktober 2017 | leestijd: 3 minuten

Toetsen is meten. Of is toetsen meer dan dat? Het inzetten van toetsen op school kan uiteenlopende doelen en effecten hebben: summatief of formatief, stimulerend of controlerend, beoordelend of veroordelend, voorbereidend of afleidend, ondersteunend of belemmerend, persoonlijk of vergelijkend. Welke effecten streef jij na?

Waarom, wanneer en hoe je een toets inzet is bepalend voor het effect en nut van een toets. Traditioneel gezien eindigt een blok lesstof van 6 a 8 weken in een toets die de belangrijkste doelen van dit blok dekt. Hierna volgt soms een korte week van remediëring en eventueel een herhalingstoets om te bepalen of de remediëring effect heeft gehad. Daarna gaat de aandacht over in de stof van het volgende blok. In dit opzicht is een toets voornamelijk gericht op het meten van de beheersing van de doelen van het blok en eventueel het selecteren van leerlingen voor (korte) vervolgtrajecten. De beheersing wordt bepaald aan de hand van een beperkte set vragen per leerdoel en er wordt een enkel meetmoment gebruikt. Een dergelijke toets wordt zo’n 6-8 keer per jaar afgenomen. Wat er vervolgens vaak gebeurt met de beoordeling van een toets, is dat de genormeerde resultaten die eruit komen (grotendeels) direct meetellen voor een rapportage.

Toetsen kan ook anders. Wanneer je met Gynzy werkt kun je toetsen op rijkere manieren inzetten. Er wordt net als in de lesmethode een toetsmoment aangeboden. In deze toetsen krijgen leerlingen in tegenstelling tot reguliere lessen of sessies geen feedback, 2e kans of hint. Wel krijgen de leerlingen de mogelijkheid eerder gegeven antwoorden aan te passen tot ze de toets inleveren. Ook is de toets niet adaptief zodat je deze kan inzetten om leerlingen te vergelijken. Omdat de beheersing van doelen continu wordt gemeten bij elk gegeven antwoord in lessen of Werelden, is het meten via een toets overbodig. Je weet immers op elk moment hoe de beheersing van je leerlingen van de doelen ervoor staat. Een resultaat van een toets geeft dan ook niet zozeer aan hoe goed de leerling de doelen beheerst. Dat geeft zijn reeds opgebouwde vaardigheidsscore namelijk veel nauwkeuriger weer. Een toets kan je echter wel gebruiken om bijvoorbeeld meer formatief in te zetten, bij aanvang van een blok. Op die manier krijgen toetsen een meer diagnostische functie. Je hebt als leerkracht meteen een indicatie van de beheersing zodat je een beeld hebt welke leerlingen waar het meeste uitdaging in zullen ondervinden.

Wetenschappelijk perspectief

Toetsen en metingen kunnen dus op meerdere manieren bekeken worden. Toch is deze invalshoek bepalend voor de effecten van een toets. Kohn (2015) geeft bijvoorbeeld vier rationales om een toets in te zetten:

  1. Sorteren/selecteren van leerlingen op een bepaald niveau en of overgang;
  2. Stimuleren van focus van leerlingen om aandacht te vestigen op de belangrijkere onderdelen van de stof;
  3. Controleren van vorderingen van leerlingen op de beheersing van kennis en vaardigheden;
  4. Verbeteren van het leerproces door inzicht te bieden hoe de leerling ervoor staat en waar aandacht voor nodig is.

Traditionele manieren van toetsen hebben overwegend veel aandacht voor de eerste drie aspecten. Deze motivaties zijn echter nadelig voor de intrinsieke leermotivatie van de leerlingen (o.a. Harlen & Deakin Crick, 2010). Het vierde aspect is daarentegen gunstig voor de leermotivatie en creëert bovendien een positief leerklimaat. Door de focus meer te verleggen naar het verbeteren van het leerproces stimuleer je de nieuwsgierigheid, betrokkenheid en doorzettingsvermogen van leerlingen.

De waarde die je toekent als leerkracht aan een meetinstrument kan grote invloeden hebben. Een traditionele toets is vaak beperkt van aard. Er zitten slechts enkele opgaven in per leerdoel die daarom slechts een indicatie van beheersing kunnen geven. Bovendien is het vaak een enkel meetmoment wat de betrouwbaarheid niet ten goede komt. Dit mondt vervolgens vaak uit in een algeheel cijfer ter beoordeling die kan worden gezien als straf of beloning van een geleverde prestatie. Daartegenover wordt je in staat gesteld de vorderingen en vaardigheden van je leerlingen continu te monitoren met software zoals die van Gynzy. Zowel de betrouwbaarheid als de nauwkeurigheid zijn hiermee dus vele malen groter. Kortom, door minder aandacht te geven aan het sorterende en controlerende karakter van je metingen/toetsen en meer aan het motiverende en opbouwende karakter, verleg je de focus van je waardering van deze instrumenten.

Referenties:

Harlen, W., & Deakin Crick, R. (2003). Testing and Motivation for Learning. Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 10(2), 169–207. JOUR. http://doi.org/10.1080/0969594032000121270
Kohn, A. (2015). Schooling beyond measure & other unorthodox essays about education. Portsmouth, NH: Heinemann.

 

Door |2018-06-04T17:15:54+00:0010 oktober 2017|Beschouwing, Tips & Tricks, Verwerkingssoftware|

Over de auteur:

Pieter is onderwijskundige. Hij is gespecialiseerd in leerlingmotivatie, spelling en grammatica.