Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Zinsdelen

Zinsdelen

1F 5,6

Toelichting

Een zin bestaat uit zinsdelen. Zinsdelen zijn stukjes van een zin die bij elkaar horen. De meeste woorden staan op zichzelf, echter horen lidwoorden en bijvoeglijk naamwoorden altijd bij een zelfstandig naamwoord.

Als je een zin wilt opdelen in zinsdelen, kijk je goed naar welke woorden bij elkaar horen. Deze woorden blijven ook bij elkaar staan als je de volgorde in een zin verandert.

Over straat loopt een oude vrouw.

Over hoort bij straat
Loopt hoort nergens bij
Een hoort bij vrouw, net als oude

Over straat hoort dus bij elkaar en vormt een zinsdeel. Een oude vrouw hoort ook bij elkaar en vormt ook een zinsdeel.

De zin verdeeld in zinsdelen ziet er zo uit: Over straat|loopt|een oude vrouw.

Dit doel vormt een voorbereiding op de redekundige ontleding van een zin.

Voorbeeld

Het meisje | drinkt | een flesje water.

Thomas | leest | een tijdschrift.

Hangt | het logo | op de muur van het bedrijf?

Gisteren | werd | er | getrakteerd | door Angela.

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Redekundige ontleding
    • Zinsdelen
      • Zinsdelen (begrip)