Leerlijn Taal

Werken met de leerlijn taal

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnWerken met de leerlijn taal

Leerlijn taal

De leerlijn taal is onderverdeeld in 8 onderdelen:

  • Taalbegrip – Basisbegrippen die helpen om taal te begrijpen. Denk aan zender & ontvanger, feit & mening en functies van taal.
  • Tekstkennis – Onderwerpen die helpen om teksten te kunnen lezen en begrijpen. Denk aan hoofdgedachte van een tekst, gedicht, signaalwoord en tekstopbouw.
  • Stillistiek & Semantiek – Onderwerpen die gaan over de betekenis van taal. Denk aan letterlijk & figuurlijk, synoniemen, emoticon & emoji, standaardtaal en dialect en vaktaal.
  • Leestekens – De zingerelateerde, woordgerelateerde en lettergerelateerde leestekens die je in taal tegen kunt komen. Denk aan vraagteken, hoofdletter, apostrof en accent.
  • Grammaticale kennis – De zinsdelen waarin je een zin kunt ontleden en de verschillende woordsoorten, voornaamwoorden, werkwoorden en verwijswoorden. Denk aan onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp, bijvoeglijk naamwoord en koppelwerkwoord.
  • Morfologie – Onderwerpen die te maken hebben met de verandering van woorden. Denk aan voorvoegsel & achtervoegsel, verkleinwoord en stam.
  • Taalproductie – Doelen die nodig zijn voor het spreken, gesprekken voeren en schrijven. Denk aan bepalen doel, publiek en tekstsoort, structureren, luisterstrategieën en gespreksregels.
  • Beginnende geletterdheid (nog in ontwikkeling) – Alles wat komt kijken bij de eerste kennismaking met taal. Denk aan fonetisch bewustzijn, klanken, en herkennen van grafemen.

Werken met de leerlijn taal

In de leerlijn taal zijn alle leerdoelen opgenomen die vanaf groep 3 op de basisschool aan bod kunnen komen. Bij elk leerdoel staat beschreven in welk leerjaar dit zou kunnen worden aangeboden en welk referentieniveau het doel heeft. Niet alle leerdoelen uit de leerlijn zijn opgenomen in het referentiekader.

Een niveau dieper staat per leerdoel een toelichting beschreven, aangevuld met een voorbeeld en/of een instructietip. Met deze informatie kan een eigen planning voor het aanbieden van de gewenste taaldoelen gemaakt worden en kunnen eigen taallessen worden ontworpen.

Ontwikkelen van een planning

Het werken met de leerlijn taal geeft veel vrijheid omdat je de leerstof naar eigen inzicht in kunt plannen. Zo kun je een planning maken die past bij de visie van jouw school, jouw ervaringen en de behoeftes van jouw leerlingen.

Afhankelijk van de visie van jouw school bepaal je of je een leerdoel los aanbiedt of dat je meerdere doelen combineert. Misschien werk je met thema’s waar je alvast doelen aan kunt koppelen. Of je combineert de taalplanning met die van een zaakvak waarbij  je ook taaldoelen behandelt. Er komen bijvoorbeeld veel Leenwoorden uit de tijd van de Grieken en Romeinen.

Voor het maken van een planning kun je gebruik maken van de Visuele leerlijn Taal. Hierin vind je alle leerdoelen van taal overzichtelijk in beeld.

De blog Leren in de Werelden 2: Planning & Organisatie kan je helpen om je taallessen te plannen en organiseren (het stuk ‘Zonder methode (scenario 4/5 )’).

Ontwikkelen van een taalles

Een taalles bestaat uit verschillende onderdelen die je van tevoren kunt uitdenken, voorbeelden hiervan zijn:

  • Het lesdoel. Dit kan één leerdoel zijn, maar ook een combinatie van meerdere leerdoelen.
  • Het thema van de les. Een vooraf vastgesteld thema, of juist een actualiteit waarop je inspeelt. Een video die viral gaat waarin een dialect wordt gesproken kun je goed gebruiken voor een les over Standaardtaal, dialect & streektaal.
  • De vorm van de les. Hoe lang duurt de les, welke materialen heb ik nodig, gaan de leerlingen in groepjes werken of individueel, etc.
  • De instructie. Welke vorm van instructie kies ik, is er ruimte voor verlengde instructie, etc.
  • De werkvorm. Zie hieronder een lijst met voorbeelden.

Werkvormen

Er bestaan diverse werkvormen die geschikt zijn voor een taalles. We geven hier wat voorbeelden:

Mondelinge taalvaardigheid

  • Het geven van een spreekbeurt
  • Een sollicitatiegesprek voeren
  • Een interview
  • Een conflictgesprek
  • Een klachtgesprek voeren
  • Instructie geven

Schrijven

  • Het maken van een werkstuk
  • Een informatief verhaal schrijven
  • Een avonturenverhaal schrijven
  • Een stripverhaal schrijven
  • Een persoonlijk verhaal (autobiografie) schrijven
  • Een poster maken

Combinatie van mondelinge taalvaardigheden en schrijven

  • Een toneelstuk, voorbereiden en uitvoeren
  • Een debat, voorbereiden en uitvoeren
  • Cabaret, voorbereiden en uitvoeren

Voorbeeld

Stel jullie zijn bezig met het thema dieren. Binnen dit thema wil je graag taallessen ontwikkelen. Je ontwikkelt twee lessen waarbij je de eerste les focust op het leerdoel Soorten boeken. In heel veel verschillende boeken staat er informatie over verschillende dieren. Met leerlingen bespreek je wat je in welk boek kunt vinden. Als je informatie nodig hebt over de verzorging van een specifiek dier, maar je wil ook een gedicht over een vogel vinden, dan zal dit in andere boeken staan. Je laat leerlingen verschillende soorten boeken doorbladeren en ontdekken waar je welke informatie vindt.

De tweede taalles focust zich op het taalproductiedoel Verzamelen, structureren en ordenen van inhoud. Leerlingen krijgen de opdracht om een poster te maken over een zelfgekozen zoogdier. Hiervoor moeten ze de kennis uit de vorige les gebruiken want alle inhoud moet komen uit boeken. De inhoud die ze verzamelen moeten ze structureren en ordenen zodat ze hiermee een poster kunnen maken.

Stellen

Het stellen vormt een belangrijke werkvorm voor taal. Bij bijna alle leerdoelen is deze werkvorm toe te passen. Wanneer je een schrijfopdracht formuleert, is het belangrijk dat deze houvast biedt. De schrijfopdracht pas je aan op het leerdoel van de les. Zorg ervoor dat bijvoorbeeld de tekstsoort, doel van de tekst en het publiek voor de leerling duidelijk zijn, dat de leerling ook weet of het gaat om een kladversie of een eindversie en dat hij weet hoe lang hij erover mag doen om de tekst te schrijven. Misschien kun je voorafgaand aan het schrijven ook een stappenplan behandelen, zodat de leerlingen deze nog vers in hun geheugen hebben.

Tip: Maak een mapje waar losse bladen in kunnen (of neem een schrift) voor het stellen. Hier laat je leerlingen alle geschreven verhalen in bewaren. Leerlingen bouwen zo een portfolio op. Deze oude verhalen kun je ook gebruiken om ze door leerlingen nog eens te laten herschrijven en zo de leerlingen te laten ontdekken wat ze in de tussentijd hebben geleerd.