Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Voornaamwoorden

Vragend voornaamwoord

3F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnVragend voornaamwoord

Toelichting

Het vragend voornaamwoord verwijst naar personen of dieren en vraagt daar iets over. Meestal staat het vragend voornaamwoord aan het begin van de zin.

Het verschil tussen het vragend voornaamwoord en het vraagwoord is dat vragende voornaamwoorden verwijzen naar iets of iemand terwijl vraagwoorden (zoals: hoe, wanneer en waarin) dit niet doen.

De vragende voornaamwoorden wie en wat worden zelfstandig gebruikt. Hierbij staat het zelfstandig naamwoord waarnaar verwezen wordt dus niet direct achter het vragend voornaamwoord. Wie gebruik je voor een persoon of meerdere personen. Wat gebruik je voor dieren of zaken.

De vragende voornaamwoorden welk en welke worden niet-zelfstandig gebruikt (ook wel bijvoeglijke vorm). Hierbij staat het zelfstandig naamwoord waarnaar verwezen wordt direct achter het vragend voornaamwoord. Welk gebruik je bij het-woorden in het enkelvoud. Welke gebruik je bij de-woorden en woorden in het meervoud.

Het verschil tussen het wederkerend en wederkerig voornaamwoord wordt helder in deze twee zinnen:

  • Jack en Vincent vermaken zich met de nieuwe auto. In dit geval vermaken Jack en Vincent zich samen.
  • Jack en Vincent vermaken elkaar met de nieuwe auto. In dit geval vermaakt Jack Vincent en vermaakt Vincent Jack, waarvoor ze de nieuwe auto gebruiken.

Voorbeeld

Wie loopt er over de brug?
Wie lopen er over de brug?

Wat zit er in de kooi?
Wat heb je gisteren gedaan?

Welk bord zal ik gebruiken?
Welk cijfer staat er op jouw shirt?

Welke telefoon zal ik gebruiken?
Welke planten hebben nog water nodig?