Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Werkwoorden

Voltooide of onvoltooide tijd

1F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnVoltooide of onvoltooide tijd

Toelichting

De voltooide en onvoltooide tijd geven aan of een handeling al af is (voltooide tijd) of nog bezig is (onvoltooide tijd).

Voltooide en onvoltooide tegenwoordige tijd
Een werkwoord kan aangeven of iets nu of toen gebeurde, de tegenwoordige en verleden tijd. Ook kan het aangeven of de handeling nog bezig is, de onvoltooide tijd, of dat de handeling af is, de voltooide tijd.

Onvoltooide tegenwoordige tijd: Wij bakken een taart.
We zijn nu nog aan het bakken, de taart is nog niet klaar.

Voltooide tegenwoordige tijd: Wij hebben een taart gebakken.
We zijn nu niet meer aan het bakken, de taart is klaar.

Bij de voltooide tijd hoort het voltooid deelwoord, meer hierover in Voltooid deelwoord. Hier kun je aan herkennen of de zin in de voltooide of onvoltooide tijd staat.

Voltooide en onvoltooide tegenwoordige en verleden tijd
Binnen de voltooide en onvoltooide tijd kun je ook nog onderscheid maken tussen de tegenwoordige tijd en de verleden tijd. Zo krijg je vier verschillende vormen.

Onvoltooide tegenwoordige tijd: Pim schrijft een verhaal.
Pim is nu aan het schrijven.

Onvoltooide verleden tijd: Pim schreef een verhaal.
Pim schreef een verhaal in het verleden, en is daar nog niet mee klaar.

Voltooide tegenwoordige tijd: Pim heeft een verhaal geschreven.
Pim is klaar met schrijven.

Voltooide verleden tijd: Pim had een verhaal geschreven.
Pim is klaar met schrijven en dit heeft hij in het verleden gedaan.

De onvoltooide tegenwoordige en verleden tijd zijn de basisvormen van werkwoordstijden die in Tegenwoordige of verleden tijd zijn behandeld.

De voltooide verleden tijd gebruik je bijvoorbeeld in een verhaal dat al in de verleden tijd staat, om aan te tonen dat iets nog eerder is gebeurd.

Nu ik de boodschappenlijst heb geschreven gaan we naar de supermarkt.
De zin staat in de tegenwoordige tijd en het schrijven van de boodschappenlijst is net klaar. Daarom wordt hier de voltooid tegenwoordige tijd ingezet.

Nadat ik de boodschappenlijst had geschreven gingen we naar de supermarkt.
De zin staat al in de verleden tijd maar het schrijven van de boodschappenlijst gebeurde nog daarvoor. Daarom wordt hier de voltooid verleden tijd ingezet.

Het correct spellen van werkwoorden in de voltooide en onvoltooide tegenwoordige en verleden tijd oefenen leerlingen in diverse specifieke spellingdoelen.

Voorbeeld

Onvoltooide tegenwoordige tijd

  • Ik doe de deur dicht.
  • Mieke drinkt een glas water.
  • Wij zingen uit volle borst.

Onvoltooide verleden tijd

  • Ik deed de deur dicht.
  • Mieke dronk een glas water.
  • Wij zongen uit volle borst.

Voltooide tegenwoordige tijd

  • Ik heb de deur dichtgedaan.
  • Mieke heeft een glas water gedronken.
  • Wij hebben uit volle borst meegezongen.

Voltooide verleden tijd

  • Wij liepen weg toen ik de deur had dichtgedaan.
  • Het water was op toen Mieke een glas water had gedronken.
  • Vorig jaar wonnen we de wedstrijd nadat we uit volle borst hadden meegezongen.

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Taalkundige ontleding
    • Werkwoorden
      • Voltooide of onvoltooide tijd (begrip)