Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Woordsoorten

Voegwoord I

1F 5,6

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnVoegwoord I

Toelichting

Voegwoorden zijn woorden die zinnen of woorden aan elkaar verbinden. Het voegwoord geeft aan welke relatie de twee zinsdelen of woorden tot elkaar hebben.

In dit doel wordt gefocust op de meest voorkomende voegwoorden: en, maar, of en want. Andere voegwoorden komen, samen met hun relatie, aan bod in Voegwoorden II. Het verschil tussen hoofd- en bijzinnen komt aan bod in Hoofdzin en bijzin.

En

Het voegwoord en geeft aan dat er nog iets komt. Het kan tussen twee woorden of twee zinsdelen staan. Bij het voegwoord en gebruik je geen komma.

Of

Het voegwoord of geeft aan dat er een keuze is of een tegenstelling. Het kan tussen twee woorden of zinsdelen staan. Bij het voegwoord of gebruik je geen komma.

Maar

Het voegwoord maar geeft een tegenstelling aan. Het staat meestal tussen twee zinsdelen. Voor het voegwoord maar schrijf je dan een komma. Soms staat het voegwoord maar tussen twee woorden. Als het voegwoord maar tussen twee woorden staat, gebruik je geen komma.

Want

Het voegwoord want geeft een reden aan. Het staat tussen twee zinsdelen. Voor het voegwoord want schrijf je een komma.

Voorbeeld

We lopen en fietsen elke dag.
Saskia heeft er zin in en ze wil graag beginnen.

Wil je bloemkool of broccoli?
Gaan jullie morgen naar de dierentuin of blijven jullie thuis?

Ik wil graag de tas kopen, maar hij is te duur.
De film is al begonnen, maar mijn moeder is te laat.
Mijn schoenen zijn niet rood maar blauw.
Ik drink geen koffie maar thee. 

Menno doet een jas aan, want hij gaat naar buiten.
Ellie schenkt een glas water in, want ze heeft dorst.

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Taalkundige ontleding
    • Woordsoorten
      • Voegwoord (begrip)