Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalbetekenis

Uitdrukking, spreekwoord & gezegde

1F 5,6,7

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnUitdrukking, spreekwoord & gezegde

Toelichting

Uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes hebben allemaal een figuurlijke betekenis. Een figuurlijke betekenis is het tegenovergestelde van een letterlijke betekenis (zie: Letterlijk & Figuurlijk).

Een uitdrukking is een zin met een figuurlijke betekenis. De woorden in een uitdrukking horen bij elkaar. In een uitdrukking staan vaak werkwoorden. Je kunt de zin aanpassen aan de situatie.

De vinger op de zere plek leggen.

Deze uitdrukking kun je aanpassen naar de situatie: Klaas legt de vinger op de zere plek.

Een gezegde is een zinsdeel met een figuurlijke betekenis. De woorden in een gezegde horen bij elkaar. Je kunt er altijd woorden voor of na plaatsen. In het gezegde staan geen werkwoorden.

Met hart en ziel.

Dit gezegde kun je in een zin gebruiken, maar het gezegde blijft bij elkaar horen: Hij zong mee met de muziek met hart en ziel.

Een spreekwoord is een zin waar een wijsheid of levensles in zit. Een spreekwoord wordt altijd op dezelfde manier gezegd of geschreven. Als er een persoonsvorm in het spreekwoord zit, staat deze altijd in de tegenwoordige tijd.

Achter de wolken schijnt de zon.

Het is niet: achter de wolken scheen de zon. In dat geval wordt waarschijnlijk niet het spreekwoord bedoeld maar scheen de zon echt achter de wolken en gaat het dus om de letterlijke betekenis. Om dit zeker te weten kijk je naar de context.

Dit taaldoel gaat specifiek in op het ontdekken van het bestaan en de functie van uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegden als veelgebruikte voorbeelden van figuurlijk taalgebruik. In het woordenschateiland Figuurlijk taalgebruik oefenen leerlingen met uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegden.

Voorbeeld

Uitdrukking

  • Hij is niet op z’n achterhoofd gevallen.
  • Op losse schroeven staan.
  • Aan de touwtjes trekken.

Gezegde

  • Het beste paard van stal.
  • Een held op sokken.
  • Steenrijk 

Spreekwoord

  • De appel valt niet ver van de boom.
  • Pluk de dag.
  • Een ezel stoot zich in het algemeen niet tweemaal aan dezelfde steen.

Instructietip

Kies tien uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes en zet deze op het bord. Zet in een andere volgorde in de kolom ernaast de betekenissen van de uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes. Laat de leerlingen de juiste betekenissen bij uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes zoeken en een lijn ertussen trekken.

Eventueel kun je de uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes en hun betekenissen ook printen en de leerlingen de strookjes bij elkaar laten zoeken in groepjes of individueel.

  • Met de deur in huis vallen. – Meteen zeggen waar het om gaat.
  • Wie A zegt moet ook B zeggen. – Als je ergens aan begint moet je het ook afmaken.
  • Zo groen als gras. – Erg onervaren.
  • Er als een haas vandoor gaan. – Hard wegrennen.
  • Van een leien dakje. – Erg gemakkelijk.
  • Van een kale kip kun je niet plukken. – Er valt niets te halen bij iemand die niets heeft.
  • Een man van de klok. – Altijd netjes op tijd.
  • Met volle teugen genieten. – Heel erg genieten.
  • Open kaart spelen. – Eerlijk al je plannen vertellen.
  • Eerlijkheid duurt het langst. – Je bereikt het meest als je eerlijk bent.

Content in Gynzy

Woordenschat

Woordenschat

  • Woordrelaties
    • Figuurlijk taalgebruik
      • Kennen van een uitdrukking en gezegde

Woordenschat

Woordenschat

  • Woordrelaties
    • Figuurlijk taalgebruik
      • Spreekwoord