Leerlijn Taal

Tekstkennis ⟩Tekstbegrip

Tekstsoort & tekstdoel

3F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnTekstsoort & tekstdoel

Toelichting

Een tekst heeft altijd een bepaald doel. Dit is wat de schrijver wil bereiken bij de lezer. Tekstdoelen zijn:

  • informeren: de lezer informatie geven over een bepaald onderwerp;
  • overtuigen: de lezer overhalen tot een mening;
  • amuseren: de lezer een bepaalde emotie laten beleven;
  • beschrijven: de lezer meenemen in een bepaalde ervaring, mening of situatie;
  • contacteren: contact maken met de lezer om hem bijvoorbeeld wat te vragen of uit te nodigen;
  • instrueren: de lezer aansporen tot het verrichten van een bepaalde handeling.

Het tekstdoel leidt tot een indeling van teksten naar verschillende tekstsoorten. Er bestaan verschillende indelingen en deze zijn flexibel. Daarom heeft Gynzy gekozen voor een eigen indeling, zie de tabel hieronder.

Tekstsoort Tekstdoel Voorbeelden (vorm)
(Fictie) verhaal/proza amuseren roman, fantasie, sprookje, strip, rollenspel, hoorspel, griezelverhaal
(Non-fictie) verhaal/proza amuseren dagboek, historisch verhaal, persoonlijk verhaal, flashback
(Fictie)
verhaal/poëzie
amuseren gedicht, lied, elfje, haiku, limerick, rap, acrostichon (naamdicht)
Zakelijk: informatief informeren werkstuk, zakelijk verslag (notulen), reisbeschrijving, toelichting bij foto, nieuwsbericht
Zakelijk: instructief instrueren recept, handleiding/gebruiksaanwijzing, speluitleg, routebeschrijving, draaiboek, stappenplan
Zakelijk: betogend overtuigen mening, advertentie, sollicitatiebrief, betoog, klachtenbrief, reclamefolder
Zakelijk: beschouwend beschrijven beschrijving van object/situatie, recensie, column, autobiografie, blog
Zakelijk: contactueel contacteren brief, sms, whatsapp, e-mail, social-media, telefoongesprek, uitnodiging, opiniepeiling/interview

Instructietip

Zoek van elke tekstsoort een paar voorbeelden. Maak acht tafels vrij in de klas en leg de voorbeelden op de tafels zodat op elke tafel een andere tekstsoort centraal staat. Laat leerlingen in kleine groepjes bij elke tekstsoort een paar minuten kijken en bladeren in de voorbeelden en laat ze kort voor zichzelf opschrijven wat de kenmerken zijn van elke tekstsoort.