Leerlijn Taal

Tekstkennis ⟩Tekstelementen en structuur

Tekstopbouw

1F 5-8

Toelichting

Als een tekst langer wordt is het goed om bij de opbouw na te denken over een indeling in hoofdstukken, alinea’s en/of paragrafen. Zo wordt de tekst voor de lezer eenvoudiger om te lezen.

In de basis hebben hoofdstukken, alinea’s en paragrafen dezelfde functie. Ze verdelen de lange tekst in verschillende onderdelen. Meestal is dit op basis van het onderwerp maar het kan ook op basis van het argument of de invalshoek zijn.

Hoofdstukken worden vooral gebruikt bij lange teksten van meerdere pagina’s, bijvoorbeeld bij een boek. Een nieuw hoofdstuk begint vrijwel altijd op een nieuwe pagina en heeft in bijna alle gevallen een titel. Er zijn ook boeken die de hoofdstukken alleen een nummer geven.

Een alinea is een kort stukje tekst met soms een kop. Dit is de titel voor deze alinea en hierin staat waarover de alinea gaat. Alinea’s ontstaan door een witruimte te plaatsen tussen twee stukken tekst. Meestal doe je dit om een nieuwe invalshoek of ander argument te geven.

Een paragraaf is een bundeling van alinea’s, maar kleiner dan een hoofdstuk. Ook een paragraaf kan een kop hebben waarin staat waar de paragraaf over gaat. Een paragraaf heeft een eigen symbool §. Hiermee kun je verwijzen naar een paragraaf.

Een zin uit een informatieboek over honden: ‘In § 4 Voeding wordt uitgebreid toegelicht welke voeding geschikt is voor jonge honden.’

Niet alle teksten bevatten hoofdstukken, alinea’s en paragrafen. Soms wordt ook gekozen voor alleen alinea’s, bijvoorbeeld bij een korte tekst van maar twee bladzijden. Bij een groot zakelijk boek worden ze vaak wel allemaal ingezet.

De tekstopbouw in een informatieboek over honden:

  • Het boek bevat 10 hoofdstukken.
  • Elk hoofdstuk is verdeeld in 4 tot 8 paragrafen.
  • Elke paragraaf is verdeeld in 3 tot 7 alinea’s.
  • Elke alinea bevat 3 tot 10 zinnen.

Instructietip

Laat leerlingen binnen een tekst, waarin zowel hoofdstukken, paragrafen als alinea’s gebruikt zijn, de verschillende onderdelen herkennen en bijvoorbeeld kleuren. Een extra uitdaging kun je hierin aanbrengen door leerlingen ook aan te laten geven wat het onderwerp of de invalshoek van de alinea, de paragraaf of het hoofdstuk is.