Leerlijn Taal

Taalbegrip ⟩Discussie

Standpunt & argument

1F 5-8

Toelichting

Een standpunt is de manier waarop iemand tegen iets aankijkt. Je kunt verschillende standpunten innemen en zo iets van verschillende kanten bekijken.

Stelling: Het is leuk om in de zee te zwemmen.

Jordy en Samantha vinden het niet leuk om in de zee te zwemmen, want het water is te koud. Hun standpunt is dus dat het niet leuk is om in de zee te zwemmen.

Patrick en Chayenne vinden het erg leuk om in de zee te zwemmen, want je kunt dan tegen de golven in springen. Hun standpunt is dus dat het leuk is om in de zee te zwemmen.

Marieke weet niet of het leuk is om in de zee te zwemmen, want ze heeft het nog nooit gedaan. Haar standpunt is dat ze twijfelt of het leuk is om in de zee te zwemmen. Marieke luistert goed naar haar klasgenoten en hun standpunten. Zo bekijkt ze de stelling van twee verschillende kanten.

Om je standpunt te verdedigen gebruik je argumenten. Dit zijn redenen die jouw standpunt ondersteunen.

Jordy en Samantha vinden het niet leuk om in de zee te zwemmen, want het water is te koud. Hun argument is dat het water koud is.

Patrick en Chayenne vinden het erg leuk om in de zee te zwemmen, want je kunt dan tegen de golven in springen. Hun argument is dat je tegen de golven in kunt springen.

Marieke weet niet of het leuk is om in de zee te zwemmen, want ze heeft het nog nooit gedaan. Haar argument is dat ze nog nooit in de zee gezwommen heeft.

Instructietip

Zet een stelling op het bord. Bijvoorbeeld: “Het is een goed idee dat kinderen vanaf 6 jaar niet meer naar school hoeven.”

Verdeel de klas in drie groepen. Eén groep neemt het standpunt voor de stelling in. De andere groep is tegen en de derde groep is de jury. De jury moet uiteindelijk een winnaar kiezen van de twee groepen.

De eerste twee groepen moeten argumenten bedenken die hun standpunt ondersteunen. De jury gaat alvast nadenken waar ze op gaan letten om straks een goede beslissing te kunnen nemen.

Als de argumenten zijn bedacht mogen de voor- en tegengroep omstebeurt een argument noemen. De jury mag daarna even overleggen en een winnaar kiezen. Laat de jury voor deze keuze ook argumenten noemen.