Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalvormen

Standaardtaal, dialect, streektaal

1F 7,8

Toelichting

De taal die je binnen een land kunt gebruiken voor alle communicatieve situaties en die je dus ook overal in het land tegenkomt noem je ook wel de standaardtaal. In Nederland is dit het Nederlands.

Alleen niet iedereen in Nederland spreekt altijd deze taal. Er zijn ongeveer 28 dialecten in Nederland. Een dialect is een variant op een taal die wordt gesproken in een bepaald gebied/streek. Bijvoorbeeld in Twente spreken de mensen Twents en in Zeeland spreken de mensen Zeeuws. Dit zijn varianten van de standaardtaal Nederlands. Een dialect noemt men ook wel een streektaal.

Deze dialecten komen uit het verleden. In de middeleeuwen was er geen standaardtaal maar werd er in elke streek een eigen taal gesproken. In de zestiende eeuw is de standaardtaal ontstaan.

Voorbeeld

Portemonnee – standaardnederlands
Knibbe – Gronings
Knip – Amsterdams, Horster, Oeffelts, Twents
Jeltbül – Kerkraads
Purtuhmonee – Nijmeegs
Tès – Tilburgs
Beurs – Brabants

Hoofd – standaardnederlands
Harses – Amsterdams, Bredaas, IJmuidens, Utrechts
Hasses – Sallands, Heemskerks
Bakkus – Haags, Leids, Westlands

Zon – standaardnederlands
Zunne – Urkers, Hoogeveens, Twents, Flakkees, Zeeuws
Kopere ploert – Amsterdams, Westlands
Son – Nijmeegs

Instructietip

Zoek een videofragment waarin iemand in een dialect praat, bij voorkeur met een ander dialect dan in jullie regio wordt gesproken. Begrijpen de leerlingen wat er wordt gezegd? Ter vergelijking kun je ook een fragment laten zien met het dialect dat in jullie regio wordt gesproken.