Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Spreektechnieken

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnSpreektechnieken

Toelichting

Bij het spreken is het belangrijk dat de spreker goed verstaanbaar spreekt zodat de luisteraars hem kunnen verstaan. Op verschillende spreektechnieken kan gelet worden.

Uitspraak
De uitspraak is de manier waarop je klanken en klankcombinaties laat klinken als je ze uitspreekt. Een woord kan door verschillende mensen anders worden uitgesproken. Dit komt door verschillende factoren. Denk bijvoorbeeld aan hoe je omgeving woorden uitspreekt.

Articulatie
Het uitspreken van woorden doe je met je mond, neusholte en keelholte, je maakt bewegingen waardoor een bepaalde klank wordt gevormd. Dit noem je ook wel articuleren. Als je goed articuleert ben je goed verstaanbaar voor luisteraars.

Intonatie
Bij het spreken kun je verschillende toonhoogten gebruiken om woorden en zinnen uit te spreken. Dit noem je intonatie. Intonatie wordt gebruikt om de betekenis van een zin te benadrukken, of misschien een woord uit een zin. Denk aan een vragende zin: aan het eind van de zin gaat de toon omhoog om te benadrukken dat het een vraag is. Ook kun je door te variëren in intonatie je verhaal interessanter maken voor de luisteraar.

Naast deze drie spreektechnieken kan de spreker ook nog variëren in volume, tempo en stemhoogte om zo zijn spreekdoel te bereiken (zie Spreekdoelen).

Voorbeeld

Als je een verhaal vertelt en mompelt kan de luisteraar je niet goed verstaan. Dit is een voorbeeld van verkeerde articulatie.

Bij het geven van een presentatie is het niet heel aantrekkelijk voor een luisteraar om naar iemand te luisteren die heel erg monotoon praat. Dit is een voorbeeld van verkeerde intonatie.

Instructietip

Bespreek met leerlingen voor elke spreektechniek bij een foutief voorbeeld wat er hierdoor mis kan gaan en wat de spreker kan doen om zijn boodschap beter over te brengen.

  • Uitspraak: Zoek een filmpje van iemand die met een accent praat, het liefst een accent dat de leerlingen niet zelf al spreken (dus Achterhoeks in Noord-Holland of Limburgs in Drenthe).
  • Articulatie: Lees mompelend een nieuwsbericht voor.
  • Intonatie: Lees een kort verhaaltje op een heel monotone toon voor.