Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Spreekstrategieën

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnSpreekstrategieën

Toelichting

Als de spreker zijn spreekdoel heeft bepaald en goed weet wat zijn publiek is, kiest hij één of meerdere spreekstrategieën. Dit zijn niet slechts een paar vaststaande strategieën, maar dit zijn alle manieren die je kunt inzetten om te spreken. Je kunt kiezen om een voorbeeld te geven, een grapje te maken, heel duidelijk te praten, veel argumenten te geven, op een harde boze toon te praten, simpele woorden te gebruiken of juist heel moeilijke woorden te gebruiken en ga zo maar door.

Voorbeeld

Jouw buurjongen wil dat je meegaat naar het zwembad. Zijn spreekdoel is dus overtuigen. Hij weet dat jij heel erg van ijs houdt. Om jou over te halen gaat hij verschillende argumenten gebruiken. Zijn strategie is dus argumenteren.

Buurjongen: “Wil je vanmiddag mee zwemmen in het buitenbad?”
Jij: “hmm.. Vanmiddag? Ik weet het nog niet.”
Buurjongen: “Maar vandaag schijnt de zon, misschien schijnt hij morgen wel niet meer. En bij het zwembad hebben ze hele lekkere ijsjes die kunnen we dan na het zwemmen eten.”

Je gaat een spreekbeurt geven over windmolens. Je weet dat de groep niet altijd heel erg makkelijk oplet, maar je wilt wel dat ze luisteren en de informatie horen die jij gevonden hebt. Je spreekdoel is dus informeren. Om de groep mee te nemen in jouw verhaal zet je de volgende strategieën in: je maakt grapjes en je gaat veel voorbeelden geven. Zo wordt het voor de luisteraars een leuk verhaal en door de voorbeelden kunnen ze beter voor zich zien wat je bedoelt.

Instructietip

Laat leerlingen in een groepje bij enkele of alle spreekdoelen verschillende strategieën bedenken. Voor de variatie kun je ook een combinatie van spreekdoelen geven aan een groepje leerlingen, bijvoorbeeld amuseren en overtuigen.

Bespreek dit vervolgens met de hele klas. Welke strategie(ën) kun je inzetten om het spreekdoel te bereiken? Is er altijd een vaste combinatie tussen spreekstrategieën en spreekdoelen?