Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Spreekdoelen

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnSpreekdoelen

Toelichting

Als een spreker spreekt heeft hij bewust of onbewust een doel daarmee. Misschien wil de spreker iemand informatie geven over wandelschoenen of wil de spreker iemand overtuigen om mee te gaan naar de bioscoop. Er bestaan verschillende spreekdoelen, de eerste vier zijn het belangrijkst.

  • informeren: de spreker geeft iemand informatie over een bepaald onderwerp;
  • overtuigen: de spreker haalt iemand over tot een mening;
  • amuseren: de spreker wil iemand een bepaalde emotie laten beleven;
  • instrueren: de spreker wil iemand aansporen tot het verrichten van een bepaalde handeling;
  • emotioneren: de spreker wil bepaalde emoties of gevoelens losmaken of overbrengen;
  • waarderen: de spreker wil zijn oordeel geven over iets;
  • beschouwen: de spreker wil de verschillende invalshoeken belichten.

In de meeste gevallen worden spreekdoelen door de spreker gecombineerd.

Een spreker geeft uitleg over de ontwikkeling van een vlinder. Van rups tot pop tot vlinder. Tijdens de uitleg maakt de spreker een paar keer een grapje.

In dit geval combineert de spreker informeren met amuseren.

De spreekdoelen lijken erg op tekstdoelen, het doel dat een schrijver heeft met zijn tekst. Meer hierover in Tekstsoort en tekstdoel.

Het spreekdoel leidt tot de spreekstrategie van de spreker. Meer hierover in Spreekstrategieën.

Instructietip

Laat leerlingen korte video’s zien waarin duidelijk één of meerdere spreekstrategieën worden gebruikt. Bijvoorbeeld:

  • een instructievideo van het bereiden van een maaltijd (instrueren)
  • een stuk uit een cabaretshow (amuseren, misschien wel in combinatie met overtuigen, emotioneren of beschouwen)
  • een review van een product (waarderen)

Bespreek met leerlingen welk spreekdoel of welke combinatie van spreekdoelen je hoort. Laat de leerlingen eventueel ook nog andere voorbeelden bij de overige spreekdoelen bedenken.