Leerlijn Taal

Taalbegrip ⟩Abstracties

Situatie

2F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnSituatie

Toelichting

De situatie is belangrijk om een tekst goed te kunnen begrijpen of te begrijpen wat iemand zegt. De situatie gaat over het geheel van de omstandigheden.

Sophie zegt: “Het is lastig.” 

Als je de situatie van Sophie niet kent heb je geen idee wat hij lastig vindt. Misschien vindt Sophie het lastig om een som op te lossen, maar misschien gaat het ook wel om het winnen van een spelletje of het tekenen van een boom.

In deze betekenis wordt voor situatie vaak het woord context gebruikt. Bij de beschrijving van de context kan er veel informatie met veel details worden gegeven, maar het kan ook heel erg simpel worden gehouden. De zender moet in dit geval goed nadenken welke boodschap hij wil overbrengen. Welke informatie heeft de ontvanger nodig?

Hoe minder context, hoe meer de ontvanger zelf gaat invullen en hoe groter de kans dat de boodschap hierdoor niet klopt met hoe de zender deze bedoelde.

Instructietip

Situatie
Lees het onderstaande interview:

Juf: “Hoe was het uitje naar de dierentuin?”
Kind: “Heel erg leuk, het was mooi weer en we hebben heel veel gezien!”
Juf: “Was er ook een ding wat minder leuk?”
Kind: “Er stonden hele lange rijen. Dat was niet leuk.”

Vraag aan de leerlingen hoe ze denken dat het kind de dierentuin vond als ze alleen de onderste regel zien: Kind: “Er stonden hele lange rijen. Dat was niet leuk.” Heeft dit kind een leuke dag gehad? Bespreek met de leerlingen wat het effect van situatie is.

Context
Geef leerlingen in tweetallen de rollen zender en ontvanger. Geef vervolgens de zender de volgende opdracht:

Je gaat afspreken met degene tegenover je om morgenavond om 6 uur samen pizza te eten. Bij jouw thuis gaan jullie namelijk pizza eten en je mocht iemand uitnodigen. Het enige wat je tegen de ontvanger tegenover je mag zeggen is dit: “Dus morgen gaan we samen eten!”

Laat de zender en ontvanger vervolgens bespreken of de ontvanger nu genoeg informatie heeft. Weet de ontvanger wanneer, waarom, wat en waar jullie gaan eten?

Bespreek daarna in de klas waarom een goede context belangrijk is.