Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Voornaamwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

1F 6,7,8

Toelichting

Een voornaamwoord is een woord dat verwijst naar iemand of iets. Je kunt dus met een voornaamwoord een persoon of voorwerp benoemen zonder dat je de echte naam zegt. Bijvoorbeeld in de zin: Heb jij de plant gekocht? Met jij verwijs je naar een persoon, maar wie de persoon is wordt niet benoemd. Het voornaamwoord heeft dus zelf niet echt een betekenis. Pas als je de context weet dan krijgt het een betekenis omdat je dan weet waarnaar het verwijst.

Er zijn verschillende voornaamwoorden. In dit doel gaan we in op het persoonlijk voornaamwoord. Het persoonlijk voornaamwoord verwijst meestal naar een persoon of personen. Het kan ook verwijzen naar voorwerpen of onzichtbare zaken.

Het persoonlijke voornaamwoord kan twee vormen aannemen in een zin. Als onderwerp zoals zij in de zin: Zij loopt door de stad.

Maar het kan ook in de vorm van lijdend voorwerp dit noemen we de niet-onderwerpsvorm. Een voorbeeld is haar in de zin: Ik zag haar lopen in de stad.

Daarnaast worden soms, vooral in spreektaal, sommige persoonlijke voornaamwoorden verkort uitgesproken. Mij wordt bijvoorbeeld me.

De andere voornaamwoorden komen aan bod in andere doelen: Bezittelijk & aanwijzend voornaamwoord, Wederkerend & wederkerig voornaamwoord en Vragend voornaamwoord

Voorbeeld

Onderwerpsvorm: ik, jij (je), u, hij (ie), zij (ze), wij (we) jullie

Niet-onderwerpsvorm: mij (me), jou (je), u, hem (‘m), haar (d’r), ons, jullie, hen, hun

De verkorte vorm staat tussen haakjes.

Content in Gynzy

Spelling

Spelling

  • Begrippen
    • Voornaamwoorden
      • Persoonlijk voornaamwoord (begrip)