Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

2F 6,7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnOnregelmatige werkwoorden

Toelichting

In Klankvast (zwak) of klankveranderend (sterk) is al behandeld dat sterke werkwoorden als ze van tijd veranderen van klank veranderen. Deze werkwoorden worden wel volgens een vaste manier vervoegd.

Er zijn ook werkwoorden die geheel eigen vervoegingen hebben. Dit zijn de onregelmatige werkwoorden. In dit doel behandelen we zes onregelmatige werkwoorden die frequent voorkomen in de Nederlandse taal: hebben, zijn, kunnen, zullen, mogen en willen.

De juiste vervoegingen moeten worden onthouden op basis van de juiste uitspraak in standaard Nederlands.

Voorbeeld

Ik heb, jij/u hebt (of u heeft), hij heeft, wij hebben
Ik had, jij/u had, hij had, wij hadden

Ik ben, jij/u bent, hij is, wij zijn
Ik was, jij/u was, hij was, wij waren

Ik kan, jij/u kunt (of kan), hij kan, wij kunnen
Ik kon, jij/u kon, hij kon, wij konden

Ik zal, jij/u zult (of zal), hij zal, wij zullen
Ik zou, jij/u zou, hij zou, wij zouden

Ik mag, jij/u mag, hij mag, wij mogen
Ik mocht, jij/u mocht, hij mocht, wij mochten

Ik wil, jij/u wilt (of wil), hij wil, wij willen
Ik wilde (of wou), jij/u wilde (of wou), hij wilde (of wou), wij wilde

Content in Gynzy

Spelling

Spelling

  • Werkwoorden
    • Onregelmatige werkwoorden
      • Pv. tegenwoordige tijd onregelmatig

Spelling

Spelling

  • Werkwoorden
    • Onregelmatige werkwoorden
      • Pv. tegenwoordige tijd of verleden tijd onregelmatig