Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Luisterstrategieën

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnLuisterstrategieën

Toelichting

Een luisteraar heeft bewust of onbewust een Luisterdoel. Om dit luisterdoel te bereiken kun je een luisterstrategie inzetten. Er zijn vier luisterstrategieën:

  • Globaal luisteren: het volgen van de grote lijn van wat de spreker te vertellen heeft, weinig focus op de details van het verhaal.
  • Intensief luisteren: naast de grote lijn ook proberen alle details van het verhaal te horen om zo een volledig beeld te krijgen.
  • Kritisch luisteren: bij het kritisch luisteren probeer je tijdens het luisteren ook een mening te vormen over het verhaal.
  • Gericht luisteren: dit doe je als je geïnteresseerd bent in een bepaald onderdeel van het verhaal.

Een luisterdoel leidt tot de keuze van een luisterstrategie.

Voorbeeld

Bij het luisteren naar het verhaal over ijsberen van de verzorgster in de dierentuin wil je graag weten waar ijsberen leven in de wereld. Je luisterdoel is dan: iets te weten willen komen. Daarbij past de luisterstrategie gericht luisteren. Want je wil vooral het antwoord op je vraag weten, dus je focust je daarop.

Janneke wil graag wat meer leren over het beroep agent. Ze heeft geluk! De wijkagent komt een presentatie geven in de klas. Het luisterdoel van Janneke is iets te weten willen komen, iets leren. Daarbij past de luisterstrategie intensief luisteren. Ze wil namelijk zoveel mogelijk weten om een goed beeld te vormen van het beroep agent.

Julian moet een stem uit gaan brengen voor de leerlingenraad. Hij luistert naar de verschillende leerlingen die zich verkiesbaar hebben gesteld. Zijn luisterdoel is het vormen van een mening over alle kandidaten. De luisterstrategie die daarbij past is kritisch luisteren, daarbij luister je en probeer je ook direct na te denken of je het daarmee eens bent.

Instructietip

Gebruik de luisterdoelen die de leerlingen bij het doel Luisterdoelen hebben verzameld en laat de leerlingen hier een passende luisterstrategie bij bedenken. Laat de leerlingen dit verwoorden.