Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Zinsdelen

Lijdende of bedrijvende vorm

2F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnLijdende of bedrijvende vorm

Toelichting

Een zin met een handeling kan op twee manieren worden opgeschreven:

  • In de bedrijvende vorm, ook wel de actieve vorm, doet het onderwerp iets.
  • In de lijdende vorm, ook wel de passieve vorm, ondergaat het onderwerp iets.

De lijdende vorm herken je aan twee dingen:

  • Er staat een vorm van het hulpwerkwoord worden (of soms zijn) in de zin.
  • Er staat in de zin wie het doet. Dit komt altijd na het woord door (dit vormt samen de bijwoordelijke bepaling).

Beide vormen kunnen in de voltooide of onvoltooide tijd staan. In de onvoltooide tijd wordt voor de lijdende vorm het hulpwerkwoord worden gebruikt. In de voltooide tijd wordt zijn gebruikt. Voor de leerlingen zullen deze tijden niet worden benoemd.

Mijn tante schildert een portret van mij.

  1. Wat is het onderwerp? Mijn tante
  2. Doet of ondergaat het onderwerp? Het onderwerp doet iets
  3. Staat er een vorm van het hulpwerkwoord worden in de zin? Nee
  4. Staat er in de zin wie het doet na het woord door? Nee

Deze zin is niet geschreven in de lijdende vorm, maar in de bedrijvende vorm.

Van de bedrijvende vorm kun je de lijdende vorm maken en andersom. De zin moet wel in dezelfde tegenwoordige of verleden tijd blijven staan. Hieronder staan de stappen die je moet nemen als je van een zin in de bedrijvende vorm de lijdende vorm wilt maken.

  1. De persoonsvorm moet een voltooid deelwoord worden en je voegt het hulpwerkwoord worden toe.
  2. Het lijdend voorwerp wordt het onderwerp van de zin.
  3. Het onderwerp van de zin komt achter door te staan en vormt zo de bijwoordelijke bepaling.

Om de zin van de ene naar de andere vorm te zetten is het handig om de zin eerst te ontleden. Vervolgens voer je de bovenstaande stappen uit.

Mijn tante schildert een portret van mij.

Persoonsvorm = schildert
Onderwerp = mijn tante
Gezegde = schildert
Lijdend voorwerp = een portret van mij

  1. De persoonsvorm moet een voltooid deelwoord worden en je voegt het hulpwerkwoord worden toe.
    Schildertwordt geschilderd.
  2. Het lijdend voorwerp wordt het onderwerp van de zin.
    Een portret van mijeen portret van mij
  3. Het onderwerp van de zin komt achter door te staan en wordt zo de bijwoordelijke bepaling.
    Mijn tante ➜ door mijn tante

Samen vormt dit:
Een portret van mij wordt geschilderd door mijn tante.

Om van de lijdende vorm naar de bedrijvende vorm te gaan volg je bijna dezelfde stappen maar dan omgekeerd.

  1. Het onderwerp wordt het lijdend voorwerp.
  2. Je haalt het woord door weg en wat erachter staat wordt het onderwerp.
  3. Je haalt het hulpwerkwoord worden weg en het voltooid deelwoord wordt de persoonsvorm.

Ook hier gaan we eerst we de zin ontleden, voordat we de stappen uitvoeren.

De zak chips wordt gekocht door Karel.

Persoonsvorm = wordt
Onderwerp = de zak chips

  1. Het onderwerp wordt het lijdend voorwerp.
    De zak chips de zak chips
  2. Het woord door haal je weg en dat wat erachter staat wordt het onderwerp.
    Door Karel Karel
  3. Het hulpwerkwoord worden haal je weg en het voltooid deelwoord wordt de persoonsvorm.
    Wordt gekochtkoopt

Samen vormt dit:
Karel koopt de zak chips.

Voorbeeld

Bedrijvende (actieve) vorm

  • Het koor zingt het lied.
  • De secretaresse typt een mail.
  • Jordy eet twee broodjes kaas.

Lijdende (passieve) vorm

  • Het lied wordt door het koor gezongen.
  • Een mail wordt door de secretaresse getypt.
  • Twee broodjes kaas worden door Jordy gegeten.

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Redekundige ontleding
    • Zinnen
      • Lijdende of bedrijvende vorm (begrip)