Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Woordsoorten

Lidwoord

1F 4,5

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnLidwoord

Toelichting

Het lidwoord hoort bij een zelfstandig naamwoord en geeft de bepaaldheid aan. Er zijn 3 lidwoorden in het Nederlands: de, het en een.

De en het zijn bepaalde lidwoorden; ze wijzen een specifiek of generiek exemplaar van het zelfstandig naamwoord aan. Het wordt gebruikt bij onzijdige zelfstandige naamwoorden. De wordt gebruikt bij mannelijke of vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, alsook bij alle meervoudsvormen.

In het woordenboek kun je zien of een zelfstandig naamwoord een de- of het-woord is.

Er zijn een aantal categorieën van woorden die over het algemeen het-woorden zijn. Hier zitten echter wel veel uitzonderingen tussen.

  • Verkleinwoorden;
  • Talen en ook namen van landen en plaatsen;
  • Metalen;
  • Windrichtingen;
  • Sporten en spellen;
  • Woorden die beginnen met be~, ge~, ver~ of ont~;
  • Woorden die eindigen op ~isme, ~ment, ~sel of ~um.

Ook voor de de-woorden zijn er enkele categorieën te noemen. maar ook hier zijn er veel uitzonderingen.

  • Vruchten, bomen en planten;
  • Rivieren en bergen;
  • Cijfers en letters;
  • Woorden die personen aanduiden (juffrouw en bakker).

Een is een onbepaald lidwoord; het verwijst naar een willekeurig exemplaar van het zelfstandig naamwoord. Een mag je voor zowel de- als het-woorden gebruiken. Het onderscheid tussen bepaalde en onbepaalde lidwoorden komt aan bod in het plusdoel Bepaald en onbepaald lidwoord.

Voorbeeld

Het: Het bloempje, het jongetje, het Nederlands, het ijzer, het tennis, het westen, het ontbijt, het gevaar, het communisme, het isolement

De (enkelvoud): de appel, de hortensia, de Waal, de tien, de negen, de meester, de liefde, de natuur, de planeet, de aarde, de familie, de kerk

De (meervoud): de vingers, de bloemen, de glazen, de personen, de toetsenborden, de ideeën, de boeken, de telefoons, de gebouwen, de gevaren

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Taalkundige ontleding
    • Woordsoorten
      • Lidwoord (begrip)