Leerlijn Taal

Leestekens ⟩Zingerelateerd

Komma I

1F 3,4

Toelichting

De komma geeft een korte spreekpauze aan in een zin en kan met verschillende doeleinden gebruikt worden. In dit doel komen de functies als scheiding van onderdelen van een opsomming of als scheiding tussen meerdere bijvoeglijke naamwoorden in een lopende zin aan bod. In Komma II komt de functie van de komma als zinssplitsing aan bod.

Voor het gebruik in opsommingen geldt dat de komma na elk element staat, behalve na het een na laatste en laatste. Tussen deze twee staat ‘en’ of ‘of’ en geen komma.

Voor het gebruik tussen bijvoeglijk naamwoorden geldt dat deze beide gelijkwaardig zijn; het een slaat dus niet op het ander, maar beide op het volgend zelfstandig naamwoord.

Dit taaldoel gaat specifiek in op het ontdekken van de functie van het leesteken de komma in taal. In het spellingdoel Komma bij opsomming of bijvoeglijk naamwoorden leren leerlingen hoe ze de komma’s bij opsommingen en bijvoeglijk naamwoorden op de juiste manier toepassen.

Voorbeeld

Opsomming: Hij heeft de ballonnen, slingers en taart meegenomen.

Bijvoeglijk naamwoorden: Wat een mooie, aardige vrouw is dat.

Content in Gynzy

Grammatica

Spelling

  • Hoofdletters en interpunctie
    • Komma's
      • Komma bij opsomming of bijvoeglijk naamwoorden