Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Werkwoorden

Klankvast (zwak) of klankveranderend (sterk)

1F 6,7

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnKlankvast (zwak) of klankveranderend (sterk)

Toelichting

Als je werkwoorden vervoegt naar de verleden tijd dan verandert soms de klank en soms niet. Dit maakt het verschil tussen klankvaste of klankveranderende werkwoorden.

Klankvast: Hij maakt – hij maakte

Klankveranderend: Hij vraagt – hij vroeg

De werkwoorden waarbij de klank niet verandert in de verleden tijd worden zwakke werkwoorden genoemd. Werkwoorden waarbij de klank wel verandert in de verleden tijd worden sterke werkwoorden genoemd.

Zwakke werkwoorden hebben vaste regels voor het vervoegen. In de verleden tijd komt er achter de ik-vorm van het werkwoord ~de(n) of ~te(n). De laatste letter van de stam bepaalt welke van de twee erachter komt, hiervoor kun je gebruik maken van ‘t Kofschip-x.

Onregelmatige werkwoorden worden apart behandeld in het taaldoel Onregelmatige werkwoorden.

Voorbeeld

Klankvaste (zwakke) werkwoorden: bedankte, dreigde, verfilmden, proefden, glansde, groette, lustten, meldde, kleedden

Klankveranderende (sterke) werkwoorden: brak, dwong, riepen, verstonden, schoof, streed, zaten, kozen

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Taalkundige ontleding
    • Werkwoorden
      • Klankvast (zwak) of klankveranderend (sterk) (begrip)