Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalbetekenis

Homoniem

2F 6,7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnHomoniem

Toelichting

Homoniemen zijn woorden met dezelfde naam maar met een andere betekenis. Deze twee woorden worden dus op dezelfde manier uitgesproken maar betekenen allebei wat anders.

Uit de context van het homoniem blijkt vaak om welke betekenis het gaat. Als dit niet duidelijk is veroorzaakt het dubbelzinnig taalgebruik en dus verwarring (zie: Dubbelzinnig taalgebruik).

Het woord bank heeft twee betekenissen en is dus een homoniem. De context helpt om te begrijpen welke van de twee betekenissen er wordt bedoeld.

Mark heeft een rekening bij de bank op de hoek.
In deze zin gaat het om het bedrijf een bank. Een waar je een rekening kunt open en die in echt pand kan zitten dat op de hoek van de straat is gevestigd.

Josien gaat zitten op de zachte bank.
Een zachte bank waar je op kan zitten is een heel andere bank dan in de eerste zin. Hier gaat het om een meubelstuk.

Wanneer je een homoniem in een zin gebruikt is het belangrijk om het woord goed te beschrijven. Of gebruik een afbeelding om duidelijk te maken wat je bedoelt.

In de gang bevindt zich een vleugel.

Je kunt hier twee dingen voor je zien. Een vleugelpiano of een vleugel van een vogel. Als je een afbeelding gebruikt wordt het duidelijker, maar je kunt het ook duidelijker omschrijven: In de gang bevindt zich een vleugel, waarop ik vaak mooie muziek maak.

Dit taaldoel gaat specifiek in op het ontdekken van het bestaan en de functie van homoniemen. In het woordenschatdoel Kennen van een homoniem oefenen leerlingen met homoniemen.

Voorbeeld

  • Slot (einde, burcht)
  • Vorst (koning, vrieskou)
  • Kussen (hoofdkussen, zoenen)
  • Spits (torenspits, voetbalspits, verkeerspits, scherpe punt, het spits afbijten)
  • Pap (vader, toetje)
  • Licht (niet zwaar, uit een lamp)
  • Kop (kopje om uit te drinken, hoofd)
  • Punt (potloodpunt, leesteken)

Instructietip

Zet drie tot vijf homoniemen op het bord en laat leerlingen er individueel zinnen bij maken.

Bespreek vervolgens deze zinnen en laat leerlingen ontdekken dat de woorden meer dan één betekenis hebben. Dus dat hun klasgenoot misschien aan een heel andere betekenis dacht dan zij zelf.

Content in Gynzy

Woordenschat

Woordenschat

  • Woordrelaties
    • Betekenisrelaties
      • Kennen van een homoniem