Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Gespreksvormen

2F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnGespreksvormen

Toelichting

Een gesprek is een vorm van communicatie tussen minimaal twee personen. Één ervan is de zender de ander de ontvanger (zie Zender & Ontvanger) en deze rolverdeling wisselt in de meeste gesprekken continu. Gesprekken met meerdere personen hebben meerdere ontvangers. Er zijn verschillende soorten gesprekken. Deze zijn te verdelen in drie gespreksvormen.

Monoloog
Hierbij is er één persoon aan het praten en één of meer andere personen luisteren. Bijvoorbeeld: een spreekbeurt, de troonrede of een toespraak van de burgemeester.

Dialoog
Hierbij zijn twee personen aan het praten. Ze wisselen het spreken en luisteren met elkaar af. Bijvoorbeeld: een sollicitatiegesprek, een interview of de verlengde instructie tussen leerkracht en leerling. 

Groepsgesprek
Dit is een gesprek waarin meerdere personen het praten en luisteren afwisselen. Een groepsgesprek wordt ook wel polyloog genoemd. Bijvoorbeeld: het overleg van een groepje leerlingen, de vergadering van leerkrachten of een kringgesprek.

Naast de verschillende vormen van gesprekken hebben alle gesprekken ook specifieke kenmerken. Denk aan de stijl, de lengte en de doelstelling,

Maar ook de situatie waarin het gesprek plaatsvindt heeft invloed op het gesprek. Als er veel mensen deelnemen aan het gesprek is er minder ruimte voor alle personen om te spreken, terwijl in een één op één gesprek er veel meer spreekruimte is.

Denk aan het verschil tussen een mop en een toespraak met beide als spreker de directeur van de basisschool. Die verschillen in bijvoorbeeld de lengte (de mop is kort, de toespraak lang), in de stijl (de mop is informeel, de toespraak formeel) en in de doelstelling (de mop is om te amuseren, de toespraak is om te informeren en/of te waarderen). Maar de situatie is ook anders. Bij de toespraak luisteren er veel mensen en zal de directeur zijn of haar toon zakelijker houden dan als diezelfde directeur een mop vertelt.

Om een gesprek goed te laten verlopen zijn er enkele gespreksregels. Deze staan beschreven in het doel Gespreksregels.

Instructietip

Verzamel met de leerlingen in de klas bij elke gespreksvorm verschillende voorbeelden en laat leerlingen in groepjes kenmerken bij de voorbeelden opschrijven. Wat valt er op? Zijn er gelijkenissen tussen gesprekken of vooral veel verschillen?