Leerlijn Taal

Taalproductie ⟩Mondelinge taalvaardigheid

Gespreksregels

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnGespreksregels

Toelichting

Als tijdens een gesprek, zeker een gesprek met meer dan twee deelnemers, er geen regels zouden bestaan zou het een grote chaos worden. Daarom is het goed om gespreksregels af te spreken. Deze kun je toepassen op bijna alle gespreksvormen.

Dit zijn de meest algemene gespreksregels:

  • Laat een ander uitpraten.
  • Kijk iemand aan als hij/zij praat.
  • Ga niet schreeuwen in een gesprek.
  • Blijf bij het onderwerp.
  • Reageer op wat de ander zegt.
  • Als je iets zegt wat een mening is, is het goed om te zeggen waarom je dat vindt. Zo krijg je meer begrip.
  • Pas je aanspreekvorm aan op de persoon met wie je praat. Spreek bijvoorbeeld een persoon die ouder is dan jij aan met u.

Instructietip

Houdt met de klas twee groepsdiscussies. De eerste discussie laat je plaatsvinden zonder gespreksregels. Geef de groep een stelling over een actueel thema en geef aan dat ze een kwartier hierover mogen praten en samen tot één conclusie moeten komen.

Evalueer achteraf hoe het gesprek ging. Wat ging er goed, wat ging er niet goed? Zou het beter gaan als er gespreksregels zouden worden opgesteld? Stel samen met de klas gespreksregels op.

Hierna laat je de groep opnieuw een groepsdiscussie voeren (dit kan ook in een volgende les). Geef de groep weer een stelling over een actueel thema en ook weer 15 minuten om samen tot één conclusie te komen. Laat de eerder opgestelde gespreksregels zien tijdens de discussie of bespreek ze voordat de discussie start.

Evalueer achteraf hoe dit gesprek ging. Wat is het verschil met de vorige discussie?