Leerlijn Taal

Taalbegrip ⟩Abstracties

Functies van taal

1F 5-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnFuncties van taal

Toelichting

Alles wat met taal te maken heeft (denk aan schrijven, spreken en luisteren) is communicatie. Er zijn echter verschillende functies van die communicatie, verschillende Functies van taal.

Communicatieve of sociale functie
Het gebruiken van taal als communicatiemiddel. Het gaat hier om de interactie tussen mensen, daarom wordt het ook wel de sociale functie van taal genoemd.

Binnen de communicatieve of sociale functie kun je een onderscheid maken tussen vier functies:

  • Zelfhandhaving: verdedigen van jezelf. Bijvoorbeeld: Dat is mijn bal!
  • Zelfsturing: sturen van jezelf door je eigen handeling te ordenen met woorden of je plan aan te kondigen. Bijvoorbeeld: Ik ga eerst mijn tanden poetsen voordat ik naar buiten ga.
  • Sturing van anderen: beïnvloeden van het gedrag van anderen. Bijvoorbeeld: Ga je mee een ijsje halen?
  • Structurering van het gesprek: sturen van het gesprek. Bijvoorbeeld: Wacht even, Julian wilde nog wat zeggen.

Conceptualiserende of cognitieve functie
Soms weet of begrijp je iets niet helemaal, maar als je dan gaat praten of je schrijft wat zaken op krijg je meer grip op het onderwerp. Dit is de conceptualiserende functie van taal. Je gebruikt taal om de werkelijkheid om je heen te ordenen.

Binnen de conceptualiserende of cognitieve functie kun je een onderscheid maken tussen drie functies:

  • Rapporteren: als je iets hebt meegemaakt of gezien en je beschrijft dit of vertelt erover. Je rapporteert dus de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: Ik zag de Koning lopen.
  • Redeneren: bij redeneren rapporteer je de werkelijkheid maar voeg je er een conclusie aan toe of je legt een relatie tussen de oorzaak en het gevolg. Je beredeneert dus hoe die werkelijk tot stand is gekomen. Bijvoorbeeld: De Koning werd op de parkeerplaats afgezet, daarom moest hij zelf naar de deur lopen.
  • Projecteren: hierbij verplaats je jezelf in de gedachten en gevoelens van iemand anders en beschrijf je aan de hand daarvan de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: De Koning werd op de parkeerplaats afgezet, daarom moest hij zelf naar de deur lopen. Dit vond hij vast vervelend omdat het zo hard regende.

Expressieve functie
Taal kun je ook gebruiken om je gevoelens te uiten, om op een creatieve manier uitdrukking te geven aan emoties of om mensen te vermaken met mooie zelfbedachte woorden of grappen. Dit is de expressieve functie van taal.

De verschillende functies van taal hoeven basisschoolleerlingen niet letterlijk te kennen, maar ze moeten wel begrijpen dat dat taal verschillende functies heeft.

Voorbeeld

Communicatieve of sociale functie: De familie van Gelder loopt in de dierentuin richting de ijsberen. Ze lopen langs een bordje waarop staat dat je voor de pinguïns rechtsaf moet slaan. “Mama, zullen we hier rechts, naar de pinguïns?” vraagt Chantal. Waarop haar moeder antwoordt: “Eerst gaan we naar de ijsberen, daarna lopen we naar de pinguïns.”

Conceptualiserende of cognitieve functie: “Wat denk jij van het scheiden van afval?” vraag meester Frank aan zijn leerlingen. “Uhm.. Ik weet het niet zo goed.” antwoordt Pascal. “Het is natuurlijk aan de ene kant wel goed voor het milieu want dan kunnen ze het papier en glas nog een keer gebruiken. Maar aan de andere kant is het wel lastig want ik weet nooit precies wat ik in welke bak moet gooien en als je een keer per ongeluk papier bij het plastic gooit gaat het niet goed. Maar het milieu is wel heel belangrijk … ik denk dat ik het scheiden wel goed vindt.”

Expressieve functie: “Ik weet een raadsel!” roept Tim. “Welke hond is heel grappig?” De klas denkt hard na. “Een grapjesteckel?” probeert Tanja. “Nee, een mopshond!” zegt Tim.

Instructietip

Geef drie situaties (bijvoorbeeld die uit het bovenstaande voorbeeld), van elke functie van taal één. Bespreek met de leerlingen wat de drie verschillende functies van taal zijn. Laat ze dit in hun eigen woorden beschrijven. Laat de leerlingen vervolgens de drie functies aan de drie situaties koppelen. Vervolgens kunnen jullie dan samen nog meer situaties bedenken bij elke functie.