Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalvormen

Formeel & informeel taalgebruik

1F 7,8

Toelichting

Er is een verschil in het gebruik van taal. Je kunt formeel en informeel taalgebruik van elkaar onderscheiden. Formeel taalgebruik is de vorm waarin woorden en woordcombinaties een zakelijk of plechtig karakter hebben. Informeel taalgebruik is de vorm waarin woorden en woordcombinaties een niet-zakelijk karakter hebben.

De dame die reeds 100 jaar was, was niet in de gelegenheid om langs te komen in verband met de regen.

In de bovenstaande zin zie je veel zakelijke woordcombinaties. Dit is een voorbeeld van formeel taalgebruik. Hieronder zie je dezelfde zin maar dan met informeel taalgebruik.

De 100-jarige vrouw kon niet langs komen omdat het regende.

Er is dus een verschil tussen formeel en informeel taalgebruik op het gebied van woordkeuze maar ook de zinsbouw is verschillend. Vaak is informeel taalgebruik korter dan formeel taalgebruik.

Spreektaal en schrijftaal
Het onderscheid tussen formeel en informeel taalgebruik komt vrij veel overeen met het onderscheid tussen schrijftaal en spreektaal. Als je schrijft gebruik je vaak formeler taalgebruik dan wanneer je praat; je schrijft altijd volledige zinnen en gebruikt meer zakelijke woorden dan wanneer je praat. Spreektaal is dus meestal een stuk informeler dan schrijftaal.

Als je de lezer meer persoonlijk aan wilt spreken, kun je een tekst ook bewust meer informeel schrijven. Dit zie je vaak op websites en in reclameboodschappen, maar ook wanneer je een goede vriend een brief stuurt.

Wanneer je praat met iemand die je niet kent, iemand die ouder is dan jij of iemand met veel aanzien, kun je er ook voor kiezen om bewust meer formeel spreken. Bijvoorbeeld door u te gebruiken en je zinnen af te maken.

Voorbeeld

Formeel taalgebruik

Verleden week waren wij met de familie in de dierentuin. Aldaar zag ik vier apen. De apen staken ondeugend hun tong uit hun mond. Dit zorgde ervoor dat wij hard moesten lachen.

Informeel taalgebruik

Toen we in de dierentuin liepen zag ik vier apen. Ze staken hun tong uit en we gierden het uit van het lachen.

Instructietip

Laat leerlingen een korte tekst omschrijven van formeel taalgebruik naar informeel taalgebruik of andersom.