Leerlijn Taal

Grammaticale kennis ⟩Woordsoorten

Bijwoord

2F 7,8

Toelichting

Een bijwoord is een woord dat meer informatie geeft over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een hele zin.

Bijvoorbeeld in de zin De trein reed plotseling weg. Hierin zegt plotseling zegt iets over wanneer de trein wegreed.

Soms staan er twee bijwoorden in een zin. Dan kan het ene bijwoord wat zeggen over het andere bijwoord.

Bijvoorbeeld in de zin Hij zegt heel vaak het woord ‘hilarisch’. Hierin zegt het bijwoord heel iets over het bijwoord vaak en vaak zegt iets over de frequentie waarop hij het woord hilarisch zegt.

Bijwoorden kunnen wat zeggen over:

  • De plaats: waar gebeurt het.
  • De richting: welke kant gaat het op.
  • De tijd: wanneer gebeurt het.
  • De frequentie: hoe vaak gebeurt het.
  • De graad: hoe erg is het.
  • De hoedanigheid: hoe iets is of ervaren wordt.

Daarnaast zijn er ook nog bijwoorden die vragend of ontkennend zijn en is er het bijwoord er dat ook veel gebruikt wordt.

Het bijwoord en het bijvoeglijk naamwoord worden soms door elkaar gehaald door leerlingen omdat ze beide wat zeggen over een ander woord. Het verschil is dat een bijvoeglijk naamwoord wat zegt over een zelfstandig naamwoord. Een bijwoord doet dit niet.

Bijvoorbeeld in de zin De lege verhuisdoos staat ergens in de woonkamer. Hierin zegt lege wat over de verhuisdoos (zelfstandig naamwoord) en is dus het een bijvoeglijk naamwoord. Ergens zegt wat over waar de lege verhuisdoos in de woonkamer staat, daarom is het een bijwoord, want het bepaalt de plaats.

Vragende bijwoorden worden behandeld in het doel Vraagwoord.

Voorbeeld

Plaats: daar, ergens, heen, hier, nergens, voorbij, waar

Richting : langs, linksaf, naartoe, rechtsaf, vandaan, voorbij, waarheen

Tijd: altijd, binnenkort, dan, eens, gauw, gisteren, hoelang, morgen, nu, pas, straks, toen, vandaag, wanneer, zo

Frequentie: dikwijls, soms, telkens, vaak

Graad: erg, heel, hoe, nogal, zo

Hoedanigheid: inderdaad, misschien, slechts

Vragend: hoe, hoelang, hoeveel, waar, waarnaartoe, waarvandaan, waarheen, waarom, wanneer

Ontkennend: nergens, niet, nooit

Overig: er

Content in Gynzy

Grammatica

Grammatica

  • Taalkundige ontleding
    • Woordsoorten
      • Bijwoord (begrip)