Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalbetekenis

Betekenis

1F 4-8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnBetekenis

Toelichting

Semantiek is het onderdeel van taal dat gaat over de betekenis. Woorden en zinnen hebben een betekenis, maar de manier waarop je iets uitspreekt kan ook verschil maken voor de betekenis.

Op fonologisch niveau, het niveau van de klanken, kan een andere klank al een heel verschil maken in een woord. En ook de volgorde van de klanken maakt voor de betekenis verschil.

Bal en bol verschillen maar één klank, maar betekenen iets verschillends.

Klas en laks hebben dezelfde klanken maar betekenen beide wat anders.

Op morfologisch niveau, het niveau van de opbouw van woorden, kun je ook met kleine verschillen in de opbouw grote verschillen in betekenis maken.

Kunstbloem en bloemkunst bestaan uit dezelfde woorden, maar betekenen echt wat anders.

Op syntactisch niveau, het niveau van de woordvolgorde, zijn ook met dezelfde woorden andere betekenissen te krijgen.

De olifanten gooien water over de verzorgers heen.
en
De verzorgers gooien water over de olifanten heen.

Twee keer bijna dezelfde zin, echter gooien in de eerste zin de olifanten het water en in de tweede zin de verzorgers. Een hele andere betekenis dus.

Het kan ook anders. Je kunt ook twee heel verschillende zinnen of woorden hebben die hetzelfde betekenen of een woord dat er hetzelfde uitziet maar iets anders betekent. Dan ben je bezig op semantisch niveau, het niveau van de betekenisrelaties. Denk aan Synoniemen of Homoniemen.

Hij is een hele stoere jongen.
en
Hij is een hele coole gozer.

Twee keer een andere zin, maar de betekenis is hetzelfde.

Arm betekent niet rijk en is ook een lichaamsdeel.

Strategieën voor het opzoeken van de betekenis
Als de betekenis van het woord onduidelijk is zijn er verschillende strategieën om achter die betekenis te komen:

  • Kun je de betekenis van het woord afleiden uit een afbeelding die bij het woord of de tekst staat?
  • Vraag de betekenis van het woord aan iemand die de betekenis wel weet.
  • Kun je de betekenis van het woord afleiden uit een onderdeel van het woord dat je wel kent?
  • Kun je de betekenis van het woord afleiden uit de context? Je gebruik dan de tekst die om het woord heen staat om de betekenis af te leiden.
  • Zoek de betekenis van het woord op in een woordenboek of op internet.
  • Controleer of de gevonden betekenis de goede betekenis is, of dat je nog verder moet zoeken. Je controleert of de gevonden betekenis past in of bij de tekst.

Instructietip

Betekenis
Bespreek met leerlingen wat het begrip betekenis betekent en bespreek dan de onderstaande voorbeelden. Weten leerlingen wat het verschil is in betekenis of waar ze dezelfde betekenis zien? Aan welke woorden of klanken zie je dat?

  • Strijk – krijst
  • Faal – laaf
  • Som – mos
  • Rietsuiker – suikerriet
  • Zuurkool – koolzuur
  • Mila gooit de bal naar Remco. – Remco gooit de bal naar Mila.
  • Wij zitten op de bank. – We lopen in de bank.
  • De spits is 20 meter hoog. – De spits schiet vanaf 20 meter.
  • Morgen wordt het weer mooi weer.

Strategieën betekenissen
Kies een tekst met veel lastige woorden uit en verdeel de leerlingen in groepjes van vier. Laat de leerlingen de tekst allemaal individueel lezen en tijdens het lezen elk woord waarvan ze de betekenis niet weten onderstrepen. Dan krijgen de leerlingen de tijd om de betekenissen van de woorden die ze niet kennen te achterhalen volgens een van de strategieën. Geef elk groepje hiervoor een woordenboek, een apparaat met internet en één vrijbriefje om het woord aan de leerkracht te vragen.

Bespreek achteraf of de groepjes alle strategieën hebben gebruikt en waarom ze bij welk woord voor welke strategie hebben gekozen.