Leerlijn Taal

Stilistiek & Semantiek ⟩Taalbetekenis

Afkorting

1F 7,8

HomeLeergebiedenTaalLeerlijnAfkorting

Toelichting

Een afkorting is een verkorte schrijfwijze voor een woord of woordgroep. Je laat letters weg om zo het woord of de woorden niet helemaal te hoeven uitschrijven.

Er zijn verschillende vormen van afkortingen.

Afkorting met punt
Een manier om af te korten is het weglaten van meerdere letters, vaak blijven alleen de eerste letter van een woord of woorddeel behouden . Je schrijft deze afkortingen met een of meer punten. Als je deze afkorting uitspreekt dan spreek je het hele woord uit.

Pagina kort je af als p. Dit spreek je uit als /pagina/.

Dat wordt beschreven op p. 15. → Dat wordt beschreven op /pagina/ 15.

Letterwoord afkorting
Er zijn ook afkortingen waar letters zijn weggelaten maar geen punten worden gebruikt. Dit zijn letterwoorden. Als je deze afkorting uitspreekt dan spreek je uit wat er staat.

Televisie kort je af als tv dit spreek je uit als /teevee/.

We kijken naar de tv op zaterdagavond. → We kijken naar de /teevee/ op zaterdagavond.

Verkorting
Sommige woorden worden maar een klein stukje afgekort. Bij het schrijven van deze woorden worden geen punten gebruikt. Als je deze afkorting uitspreekt dan spreek je uit wat er staat.

Airconditioning kort je af als airco dit spreek je uit als /erko/.

In de zomer zetten wij de airco aan. → In de zomer zetten wij de /erko/ aan.

Weetje: Het woord horeca is een samenvoeging van de eerste letters van ho(tel), re(staurant) en (ca)fé. Dit is dus ook een verkorting!

Dit taaldoel gaat specifiek in op het herkennen van afkortingen in taal. In het spellingdoel Afkortingen leren leerlingen verschillende afkortingen op de juiste manier spellen.

Voorbeeld

Afkorting met punt

  • a.u.b. = alstublieft
  • z.o.z. = zie ommezijde
  • p.p. = per persoon

Letterwoord afkorting

  • EHBO = eerste hulp bij ongelukken
  • havo = hoger algemeen voortgezet onderwijs
  • NS = Nederlandse Spoorwegen
  • tv = televisie
  • cv-ketel = centrale verwarming ketel

Verkorting

  • info = informatie
  • scheids = scheidsrechter
  • polo = poloshirt

Instructietip

Maak flitskaartjes van verschillende afkortingen en laat leerlingen deze flitsen met elkaar. Bespreek de verschillende typen afkortingen. Waren er ook woorden bij waarvan leerlingen niet wisten dat het afkortingen waren? Een woord als horeca?

Spelling

Spelling

  • Weetwoorden
    • Afkortingen
      • Afkortingen