Leerlijn Taal

Morfologie ⟩Tekstgerelateerd

Afbreekstreepje en -regels

2F 7,8

Toelichting

Bij het schrijven van een tekst passen soms woorden niet helemaal op de regel. In zo’n geval kunnen woorden afgebroken worden volgens de afbreekregels. Het eerste deel van het woord wordt gevolgd door een afbreekstreepje, vervolgens wordt op de volgende regel verdergegaan met het woord.

In basis wordt een woord afgebroken na het einde van een lettergreep (wa-fel en sok-kel). Iedere lettergreep moet afzonderlijk uitspreekbaar zijn.

Er zijn een paar aanvullingen op deze basisregel:

  • Samenstellingen en afleidingen (woorden met voor- of achtervoegsels) worden afgebroken op een plek waardoor het woord nog steeds goed te lezen is (circus-clown en meisjes-achtig).
  • Bij het afbreken van woorden mag er niet één letter overblijven (niet: a-linea, maar ali-nea; niet radi-o, maar ra-dio). Hierdoor zijn er woorden die niet afgebroken kunnen worden (apen en oven). Ook in samenstellingen mag er geen losse letter overblijven (niet steeno-ven, maar steen-oven)
  • Korte woorden met een ‘x’ worden niet afgebroken, hierdoor zijn er woorden die niet afgebroken kunnen worden (mixer en sexy).
  • Leenwoorden die door het afbreken niet meer goed zijn uit te spreken, vooral woorden die klinken alsof het één lettergreep is (cake en race), worden niet afgebroken.
  • Woorden met ‘ng’ of ‘nk’ worden afgebroken na de ‘n’ (vin-ger en ban-ken).
  • De ‘ch’, ‘sh’ en ‘sj’ blijven bij elkaar als ze één klank vormen (ca-shew-noot en an-sjo-vis en dus vis-je omdat het daar twee klanken zijn).

Extra

  • Bij het afbreken van woorden met een apostrof of een trema verdwijnen die tekens bij het afbreken (baby’tje wordt baby-tje en ruïne wordt ru-ine). En de dubbele letter die bij agendaatje erbij komt verdwijnt weer (agendaatje wordt agenda-tje).
  • Bij het afbreken van een woord waar een koppelteken in staat komt er geen extra afbreekstreepje bij.

Dit taaldoel gaat specifiek in op het ontdekken van de functie van het leesteken het afbreekstreepje en de afbreekregels in taal. In het spellingdoel Afbreekregels (begrip) leren leerlingen hoe ze de afbreekregels op de juiste manier toepassen.

Voorbeeld

Basisregel

  • Lettergreep: on-kruid, mug-gen, sa-la-mi, bo-men

Aanvullingen

  • Samenstelling: inkt-vlek, water-fles, knuffel-beest, ham-vraag
  • Afleiding: kinder-achtig, werke-loos, be-reik-baar-heid, on-trouw
  • Niet één letter overblijven: oker, oven, agen-da
  • Woorden met een ‘x’: mixer, sexy, extra, mail-box, exa-men
  • Leenwoorden: cake, race, house, crème
  • Woorden met ‘ng’ of ‘nk’: an-ker, ban-ger, en-gel
  • ‘Ch’, ‘sh’ of ‘sj’: ka-chel, ca-shew-noot, koo-sjer, an-sjo-vis

Extra

  • Apostrof, trema of dubbele letter: baby-tje, A4-tje, ru-ine, cola-tje
  • Koppelteken: sms-bericht, A4-formaat

Content in Gynzy

Spelling

Spelling

  • Begrippen
    • Woorddelen
      • Afbreekregels (begrip)