Samenwerkend leren2019-01-16T18:43:46+00:00

Samenwerkend leren

Samen leer je soms meer dan alleen.

Bij coöperatief leren, ook wel samenwerkend leren, ligt de focus op de samenwerking tussen leerlingen met een verschillend niveau. Leerlingen werken in heterogene groepjes en discussiëren over de leerstof of geven elkaar uitleg. Samen gaan ze op zoek naar een oplossing.

Leren van elkaar

De leerling leert op deze manier niet alleen van de interactie met de leerkracht , maar ook van de interactie met elkaar. De ene keer zal hij leren omdat hij extra uitleg of aanmoediging krijgt van zijn groepsgenoot. De andere keer zal hij degene zijn die extra uitleg geeft en daarmee de stof op een dieper niveau leert beheersen.

Vier basisprincipes

Samenwerkend leren kent 4 basisprincipes[1], deze basisprincipes zijn opgesteld door dr. Kagan. Vertaald naar het Nederlands zijn ze te herkennen aan de acroniem GIPS:[2]

  1. Gelijke deelname
    Een leerling kan niet vrijblijvend deelnemen aan een coöperatieve werkvorm. Waar een leerling bij een klassikale vraag stil kan blijven, moet hij bij coöperatief leren actief meedoen.
  2. Individuele aanspreekbaarheid
    Elke leerling is verantwoordelijk voor zijn eigen bijdrage aan het geheel. Op deze manier kan hij zich niet verschuilen achter de andere leerling(en) in de groep.
  3. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
    Met coöperatief leren koppel je het succes van de ene leerling aan het succes van de ander. Op deze manier ervaart de leerling dat hij de ander nodig heeft om de opdracht goed af te ronden.
  4. Simultane actie
    Bij simultane actie gaat het erom dat er meerdere leerlingen tegelijkertijd waarneembaar actief zijn. In een klassikale werkvorm is vaak alleen de leerkracht aan het woord en geeft één leerling een antwoord. Bij coöperatief leren zijn er meerdere leerlingen actief doordat zij bijvoorbeeld in groepjes van twee met elkaar overleggen.

Waarom is coöperatief leren waardevol?

Dr. Kagan doet al jarenlang onderzoek naar coöperatief leren in het basisonderwijs. Op zijn website stelt hij dat er meer dan 500 wetenschappelijke onderzoeken zijn die de conclusie ondersteunen dat coöperatief leren voordelen biedt voor alle vakken, voor alle niveaus en voor alle type leerlingen.[3]

Daarnaast ontstaat er dankzij coöperatief leren een klimaat waarin leerlingen elkaar waarderen, elkaar sneller willen helpen en zowel de school, de klas, de leerkracht als de vakken leuker vinden. Het verhoogt de actieve deelname van de leerlingen en de zelfkennis die ze hebben. Daarnaast doen de leerlingen sociale vaardigheden op die later op de werkvloer ook belangrijk zijn.2

Risico’s van coöperatief leren

Om deze voordelen te kunnen benutten, is het belangrijk dat je coöperatief leren goed inzet. Wanneer je dit niet doet, kan het op veel verschillende manieren misgaan. Dr. Kagan formuleert zelfs 17 nadelen van coöperatief leren, maar beweert stellig dat niets hiervan mis hoeft te gaan. Hij noemt bijvoorbeeld het risico dat de leerling afhankelijk wordt van zijn groepsgenoot, omdat hij weinig alleen werkt. Of dat het voor de leerkracht lastiger is om de ontwikkeling van individuele kennis en vaardigheden te monitoren. 2,3

Werkvormen coöperatief leren

Er zijn veel verschillende werkvormen om coöperatief leren toe te passen in de klas. We noemen er twee:

  1. Denken-delen-uitwisselen1
    1. De leerkracht stelt een vraag aan de klas.
    2. De leerlingen krijgen de tijd om in stilte over het antwoord na te denken (denken).
    3. De leerlingen vormen tweetallen en bespreken de antwoorden die ze hebben bedacht. Samen kiezen ze het beste antwoord (delen).
    4. De leerkracht vraagt aan ieder tweetal om hun antwoord met de klas te delen (uitwisselen).
  1. Rotonde 1
    1. Iedere leerling levert tijdens de rotonde een bijdrage aan de groep. Dit kan schriftelijk of mondeling.
    2. Bij de schriftelijke rotonde gaat er één vel papier en één pen rond in de klas
    3. Iedere leerling schrijft zijn antwoord op het papier en geeft het dan door naar de leerling naast hem.
    4. Als iedereen is geweest, kiezen de leerlingen samen een antwoord waar iedereen zich in kan vinden.
    5. Dit antwoord wordt nogmaals in de klas besproken.

Coöperatief leren met Gynzy

Bij adaptief en gepersonaliseerd leren denkt men snel dat de leerling altijd in zijn eentje aan de slag zal gaan. Dit is niet het geval. Bij taal en rekenen kan samenwerkend leren een verrijking zijn op de adaptieve software. Hiervoor biedt Gynzy verschillende trainers en tools. Daarnaast is het een interessante overweging om leerlingen van dezelfde of juist verschillende vaardigheden bij elkaar te zetten voor bepaalde leerdoelen. De adaptieve verwerkingssoftware van Gynzy biedt je hiervoor een gemakkelijk overzicht.

Aan de slag!

Ben je benieuwd naar onze adaptieve leeromgeving of de trainers en tools die we aanbieden? Neem contact met ons op en probeer het gratis uit. Heb je nog geen devices (zoals iPads of Chromebooks) om de software op te testen? Geen probleem, ook die kun je uitproberen.

[1] Kagan, S. (1994). Cooperative learning. San Clemente, CA: Kagan.

[2] Ebbens, Ettekhove & Rooijen, van; Samenwerkend leren praktijkboek, 1997

[3] Kagan, S. (1999) Cooperative Learning: Seventeen Pros and Seventeen Cons Plus Ten Tips for Success. San Clemente, CA: Kagan Publishing.

Neem contact op